De Togacolumn: Hoe benaderbaar is de rechter op Twitter?

Sommige collega’s vrezen wel eens dat ik hun doen en laten tijdens de lunch, vergaderingen en uitjes op de voet volg, vastleg, en vervolgens rücksichtslos de digitale openbaarheid in slinger.
Bestuursrechter Joyce Lie in de nieuwe gastcolumn op het blog Recht en Bestuur.

“En, heb je er al over getwitterd?”

“Je gaat hier toch niet over twitteren, he?”

“Oh maar ik wil niet met mijn foto op Twitter of zo, hoor!”

Sommige collega’s vrezen wel eens dat ik hun doen en laten tijdens de lunch, vergaderingen en uitjes op de voet volg, vastleg, en vervolgens rücksichtslos de digitale openbaarheid in slinger.

Dat snap ik wel, hoor. Onbekend maakt onbemind, en toegegeven: een kleine tweeënhalf jaar geleden wist ik zelf nauwelijks wat een hashtag precies was. Noch of het wel verstandig was om als rechter gebruik te maken van een zo onmetelijk openbaar medium als Twitter. Maar die twijfel verdween snel; het beviel me en ik vond het niet lastig om voor mijn tweets de juiste toon en het goede evenwicht te vinden.

De twijfel die ik aanvankelijk had, hadden sommige collega’s ook. Er was één – mij tot op dat moment onbekende – rechter die me een paar maanden na mijn eerste twitterschreden e-mailde dat hij “zeer gekant” was tegen mijn “twitterinitiatief”. Het gesprek dat daaruit voortkwam, was gelukkig heel aangenaam en vruchtbaar; we agreed to disagree. Hij beloofde zelfs af en toe eens te bekijken wat ik via Twitter zoal te berde breng.

De meeste collega’s reageren heel positief. Wat wel opvalt, is dat ze niet allemaal staan te popelen om mijn voorbeeld te volgen. Dat hoeft natuurlijk ook helemaal niet, maar ik vind het wel van groot belang dat de Rechtspraak zich vaker laat zien in klassieke en nieuwe media. In een horizontaliserende samenleving valt daar simpelweg niet aan te ontkomen. Tegelijkertijd moet ervoor worden gewaakt dat de belangrijkste kernwaarde van het rechterschap, de onafhankelijkheid, onaangetast blijft.

Klinkt prachtig!

Maar hoe doe je dat dan?

Om het rechterschap hangt een bepaalde mystiek en ik denk dat het goed is als dat tot op zekere hoogte zo blijft. Maar dat rechters tegelijkertijd ‘gewoon’ mensen zijn, zou ik even hard van de daken willen schreeuwen als dat het ambt dat zij bekleden, allerminst gewoon is.

Twitter stelt mij uitstekend in staat om die beide boodschappen uit te dragen.

Geen gepaste afstand, maar gepaste benaderbaarheid. Geen onwrikbare ongenaakbaarheid, maar oog hebben voor de ruimte die er is en die ruimte ook benutten. Voor mij spreekt vanzelf dat een rechter niet zijn eigen uitspraken moet gaan toelichten op Twitter, of al te herleidbare informatie over (zijn beleving van) de zitting van vandaag wereldkundig moet maken. Van een avondje doorzakken in de kroeg (dat doen rechters natuurlijk sowieso nooit, dat begrijpt u) zal ik ook niet gauw in het openbaar verslag doen. Maar er ligt een omvangrijk begaanbaar en grotendeels onontgonnen terrein tussen de extremen die ik schets. Dat terrein ploeg ik met liefde om; door te twitteren over in de eerste plaats mijn werk, het recht, mijn onpeilbaar grote liefde voor taal en – zij het spaarzaam – mijn privéleven. Waarom spaarzaam? Om de balans tussen het gewone mens dat ik met veel genoegen toegeef te zijn, en de persoonlijke én professionele ongenaakbaarheid die een rechter past, te bewaren.

Of ik daarin slaag?

Deze keer laat de rechter het oordeel aan u: https://twitter.com/JudgeJoyce_

 

Joyce Lie is bestuursrechter in Den Bosch. De Togacolumn wordt afwisselend geschreven door een advocaat, een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie en een rechter. Volgende week Britta Böhler, advocaat en hoogleraar in Amsterdam. 

Reageren? Alleen met volledige naamsvermelding.