De samenleving moet weten dat dit niet de oplossing is

Eén jaar onvoorwaardelijk cel wegens doden van zijn demente vrouw. Het hof wilde een voorbeeld stellen.

Familie, buren, vrienden – iedereen was erbij toen Henk K. (84) zich twee weken geleden voor het gerechtshof in Arnhem moest verantwoorden voor het wurgen van zijn vrouw. Gistermiddag bij de uitspraak was alleen een van K.’s zoons aanwezig. Zijn broers en hij hadden gehoopt op een symbolische straf voor hun vader, maar het hof besloot tot een gevangenisstraf van drie jaar wegens doodslag, waarvan twee jaar voorwaardelijk. Een jaar zitten dus, met aftrek van ruim drie maanden voorarrest. Volgens het hof is K. ondanks zijn leeftijd ‘niet detentieongeschikt’.

Bruto meer, maar netto minder dan waar de rechtbank van Utrecht de voormalige rijksaccountant K. afgelopen zomer toe veroordeelde: anderhalf jaar onvoorwaardelijk. K.’s advocaat Wim Anker toonde zich gistermiddag redelijk tevreden. Het hof had ook de eis van justitie kunnen volgen: vijf jaar wegens moord.

Tijdens de zitting twee weken geleden werden de gebeurtenissen van zaterdag 19 oktober 2013 en de dagen daarvoor minutieus met Henk K. doorgenomen: hoe hij steeds wanhopiger was geworden door de eindeloos durende nachtelijke tremors en de vergaande eigenwijsheid van zijn vrouw, die aan parkinson, alzheimer en astma leed, en hoe hij uiteindelijk tot zijn daad was gekomen.

K.: „Ze lag daar met die tremor en ik dacht: hoe zorg ik ervoor dat ze geen tremor heeft, geen benauwdheid, geen alzheimer, en ik dacht [...], ik ga haar, om dat ellendige woord te gebruiken, wurgen.”

Voorzitter van het hof: „U heeft wel even rust genomen en uw duimen van haar keel gehaald en u heeft gekeken of uw duimen wel goed in contact met het strottenhoofd kwamen.”

K.: Ik [...] wilde wel dat het goed gebeurde, er is ook wel gevraagd of ik heb gepompt, helemaal niet, maar wel hard gedrukt en mijn duimen verplaatst, want ik voelde geen kraakbeen, en ja…”

Voor de zekerheid had hij daarna zijn broekriem nog om haar nek gedaan. Of hij gefantaseerd had over de manier waarop hij zijn vrouw om het leven zou brengen, vroeg de voorzitter hem. Ja, zei K., geen mes, want zijn jongste zoon – die pleegde zelfmoord – had in zijn afscheidsbrief geschreven dat een mes ‘veel rotzooi’ gaf.

De aanklager herhaalde tijdens de zitting dat moord bewezen werd geacht en dat het de taak van justitie was om de kwetsbaarsten in de samenleving te beschermen. „Wat voor maatschappij zouden we zijn als we dit soort zaken niet meer met de grootste zorgvuldigheid zouden behandelen?”

Het hof zei gistermiddag dat het met de uitspraak een voorbeeld wilde stellen aan de vergrijzende samenleving. Hoe zwaar de zorg ook is, hoe overbelast je ook bent: doodslag (onberedeneerd, in een opwelling) is niet de oplossing. Het werd K. kwalijk genomen dat hij geen hulp had gezocht en dat hij voor zijn vrouw had beslist dat ze dood moest. Uit niets was gebleken dat zij een doodswens had.

K. mag thuis blijven tot de uitspraak definitief is. Dat zal over veertien dagen zijn, tenzij justitie of K.’s advocaat naar de Hoge Raad gaat.