Borrelend, zacht arpeggio

In ieder programmaboekje van een concert uit de serie Meesterpianisten staat trots vermeld welke grootheden sinds het eerste seizoen in 1987 langskwamen. In het boekje voor het recital van Evgeny Kissin stonden vijf namen met een kruisje erachter. Aan één naam kon er een worden toegevoegd – die van Aldo Ciccolini, die zondag overleed. Het publiek in het Concertgebouw eerde de legendarische pianist met een indrukwekkende minuut stilte.

Kissin liet zijn recital daar niet door overschaduwen. Hij koos voor een programma met het zwaartepunt voor de pauze, waarin Beethovens Waldsteinsonate (in C) en Prokofjevs Vierde sonate (in c-klein) klonken. De opening van het tweede deel van de Waldstein had wat eigenaardigs: met overdreven stokkend spel blokkeerde hij de muzikale voortgang. Dat maakte hij goed in een zinderende Prokofjev met romantische toets.

Kissins coördinatie en de fabelachtige precisie waarmee hij zijn vingers op de toetsen laat vallen, maken het nog altijd een plezier om hem te zien spelen. Niemand kan een simpel, zacht arpeggio zo borrelend laten klinken als hij. De Russische Chopinspecialist – voormalig wonderkind, immer jongensachtig – speelde smaakvolle Nocturnes en Mazurkas, maar die waren snel vergeten na zijn uitvoering van Liszts Hongaarse rapsodie nr.15. Kissin triomfeerde, en speelde het tumultuoso, zoals Liszt het zou hebben gewild.