Aanslag op de liefde

Is dit hoe dood kan gaan, je richt je geweer, je scant

mijn geheugen: de laatste vakantie, de eerste vliegreis,

de beslagen medaille van de laatste vierdaagse: sterven

voor beginners. Je blik houdt schrik en misbaar

samen, je ogen richten een ravage aan in mijn versie

van een mannenhart. Liefde is de som van gemis.

Je graaft een kuil in je naam, het dagelijks bloed

kan er zomaar in verdwijnen, je zegt dat je

geen vrouwen doodt. Iedereen wijst naar je foto,

je hebt het ’m geflikt. Je wilde ons waarschuwen:

dit is geen gedicht. Je zegt haast vriendelijk dat je

geen vrouwen doodt, maar het loopt wel eens anders,

het blijft mensenwerk. Welke engelen kent je geloof,

in welke woorden kan een verloren god zich nestelen?

Vergeven is gezegd, onmenselijk godenwerk.

Anne Vegter, Dichter des Vaderlands