Column

Waarom nog geld in Griekenland steken?

Zakelijk gezien is er natuurlijk geen enkel argument om miljardenleningen aan Griekenland te blijven geven. Griekenland is, zeg maar, de V&D onder de Europese staten: een nieuwe directie zet met een mandaat van haar kiezers haar schuldeisers onder druk om lastenverlichting te krijgen.

Griekenland kan niet wedijveren met andere westerse landen, zoals V&D ook al jaren, nee, al decennia zoekt naar een formule die de concurrentie in de winkelstraten aankan. Zonder veel succes, gezien de verliezen. Cru gezegd: meer schulden dan klanten.

De winkelverhuurders van V&D moeten zich afvragen met welke politiek ze iets te winnen hebben. Moeten zij met een huurverlaging de overlevingskansen van V&D en daarmee de waarde van hun panden ‘redden’? Of moeten zij redeneren: als we de huur nu verlagen, komt V&D bij een volgende tegenvaller weer terug met het verzoek voor een volgende korting en dan verlagen we zéker de waarde van ons bezit. Bovendien geven we V&D een kostenvoordeel dat andere winkelketens niet hebben. Die zullen zich aangemoedigd voelen om ook huurverlaging te vragen. Bovendien: hoe reageren onze banken? Stellen zij extra eisen aan onze leningen? Dan ben je als vastgoedverhuurder twee keer de klos: minder geld, meer heisa.

Zo is het met ons en de Grieken ook. Als Nederland instemt met schuldreductie ten gunste van de Griekse staat stijgen de overlevingskansen van de nieuwe regering en van het welbevinden van de Griekse burgers. Daar tegenover staat dat de Griekse staat bij een volgende tegenvaller weer naar de andere Europese landen kijkt en hulp vraagt. Dat laatste is inmiddels een patroon geworden. Bovendien kunnen andere Europese staten (Portugal? Spanje?) redeneren: hé, dat wil ik ook wel.

Dus moet ook de Nederlandse regering zich afvragen: als ik niet meega met de Griekse hulpvraag, wat zet ik dan op het spel? De enige overweging kan zijn: ontploft de euro? Da’s geen economie, maar politiek.

Wie het zakelijk-economisch bekijkt ziet de debiteur Griekenland die eerder de statistieken heeft vervalst, die al vóór de kredietcrisis van 2008 een wankele economie had en die meer uitgeeft aan defensie dan nodig (want bang voor NAVO-bondgenoot Turkije). De belasting- en premiedruk ligt ook nog eens onder het gemiddelde in de eurozone, schreef president Mario Draghi van de ECB onlangs aan een Griekse Europarlementariër. Alles bij elkaar meer dan genoeg reden om geen vertrouwen te hebben in terugbetaling én productieve besteding van het geld. De omzetting van bestaande Griekse schulden in leningen met een koppeling aan de groei klinkt me te veel als het bordje achter de tap in het café: morgen gratis bier.

Bij eerdere crises koos Europa voor pappen en nathouden. Meer geld, meer controle. Dat is steeds controversiëler geworden. In het Noorden, in het Zuiden en in Athene. Maar niemand durft een echte crisis te riskeren, waarin andere zwakke eurolanden afgesneden worden van internationale kredietlijnen. De Griekse crisis begint al naar verschroeid kapitaal te ruiken. Beleggers zeggen het vertrouwen op, Griekse banken staan op knappen.

Angst voor een euro-echec verenigt Europa. De Grieken weten dat en zo blijven Brussel, Berlijn en Den Haag goed geld naar kwaad geld smijten.

Gezien de Griekse flirt met Rusland en de (geo)politieke argumenten van de voorstanders van Griekse steun zou de rijksaccountant moeten eisen dat Nederland vanaf nu de leningen boekt op de begrotingen van Defensie en Ontwikkelingssamenwerking. Burgers die zelf iets willen doen, moeten dit jaar hun vakantie in Griekenland vieren.