Vervaarlijke dwerg speelt oermens in doodsnood

Pathé gaat door met toptoneel in grote bioscopen. Meestal live, maar ‘The Crucible’, met steracteur Richard Armitage (‘The Hobbit’) is eerder opgenomen.

Foto Johan Persson

De ene vijfballenrecensie volgde op de andere – bijna unaniem prezen de Britse critici vorig najaar The Crucible, het grimmige stuk van Arthur Miller, in het Londense theater The Old Vic. Het heftig ingeleefde ensemble waarvan de bewegingen soms aan een processie deden denken, en het licht dat door de duisternis priemde, alles werd in superlatieven beschreven. Maar de meeste lof ging naar hoofdrolspeler Richard Armitage, als slachtoffer van de repressie in een diep-christelijk dorp in het 17de-eeuwse Amerika waar fanatiek op de duivel werd gejaagd. Armitage, vooral bekend als de vervaarlijk ogende Dwergenleider in de filmserie The Hobbit, maakte deze John Proctor tot een oermens in doodsnood die diepe indruk maakte op kritiek en publiek.

De voorstelling is intussen uitgespeeld. Maar de videoregistratie wordt woensdagavond vertoond in enige tientallen bioscopen in de hele wereld, inclusief vier in Nederland. Het evenement is onderdeel van de bijna maandelijkse bioscoopvertoning van Engelse toneelproducties – soms vooraf opgenomen, maar meestal rechtstreeks. Negen jaar geleden nam het National Theatre in Londen dit initiatief (met Helen Mirren in Phèdre) en allengs hebben ook andere gezelschappen zich aangesloten. Zo is de Royal Shakespeare Company volgende week live in de bioscopen te zien in Love's labour's lost.

Zelf heeft Armitage (43) nog niets teruggezien van The Crucible, zegt hij in een interview per e-mail: „Maar wat ik wél uit reacties van het publiek heb begrepen, is dat zelfs de mensen die twee of drie keer zijn komen kijken – soms achterin de zaal, soms dichterbij – het grote formaat hebben gewaardeerd. En het is heel apart zulke close-ups in het theater te zien”.

Arthur Miller schreef The Crucible in 1952, toen de Amerikaanse senator Joe McCarthy een niets ontziende jacht op communisten leidde. Miller vond een parallel in het zeventiende-eeuwse boerendorp Salem. „De stem van de schrijver is cruciaal voor wie het stuk wil begrijpen”, aldus Armitage. „En vooral die van Proctor, die volgens mij veel van Millers eigen gevoelens en inzichten vertolkt. Miller wist dat dit stuk geen weerklank zou vinden in zijn eigen conflictueuze tijd, maar later juist wel. Daarom dook hij in de geschiedenis om te verhelderen wat er in zijn wereld gebeurde. Hij zegt tegen ons: kijk wat we onszelf toen hebben aangedaan, en kijk naar wat we onszelf nú aandoen.”

In Nederland is het stuk vanaf het begin gespeeld onder de titel De vuurproef – de laatste keer bij het RO Theater in 1994. Tien jaar later, bij het Nationale Toneel, heette het echter Heksenjacht, naar de letterlijke gebeurtenis die Miller beschrijft. „We wisten dat dit een sterk fysieke voorstelling zou worden”, zegt Armitage, „met een hoog vocaal tempo, en een speelduur van 3,5 uur. Daarom hebben we elke ochtend consciëntieus getraind. Ik kreeg ook vechtlessen. En ik moest een monnikenbestaan leiden. Geen late nachten en feesten voor mij!”

Intussen heeft hij het toneel weer verruild voor film- en tv-rollen. Zijn hoofdrol in Tolkiens The Hobbit heeft hem internationale faam gebracht. Het risico dat die filmserie al zijn andere werk in de schaduw zou stellen, nam hij bewust: „De voordelen zijn enorm, en het was een populaire roman uit de klassieke literatuur, van een hogelijk gerespecteerd schrijver. Laten we eerlijk zijn – veel mensen kennen me nu als Thorin Oakenshield, maar ik denk toch niet dat ik voortaan getypecast wordt als een personage met een verticale beperking. Wel heb ik inmiddels een paar scripts gelezen waarin de man een baard draagt”.