Schuiven met de flexibele schil

DAF verlaagt productie door ingezakte export naar Rusland; flexwerkers als eerste naar huis.

Elk van de 140 trucks die vrachtwagenfabrikant DAF in Eindhoven dagelijks maakt, is anders. Andere cabine, andere versnellingsbak, andere koppelschotelhoogte, ander kleurtje. Daarom zijn het geen robotarmen die het werk in de fabriek doen, maar mensenarmen. Met het onvermijdelijke gevolg dat als er minder trucks worden gemaakt, er ook minder mensenarmen nodig zijn.

Vanaf deze maand produceert DAF geen 164 maar 140 trucks per dag, 15 procent minder dan vorig jaar. Zwakke roebel, slechte Russische markt, West-Europa dat maar langzaam aantrekt. Terwijl de productie in 2014 ook al daalde, van 212 trucks naar 164.

Maar 140 trucks is wel véél meer dan in 2009, rekent president-directeur Harrie Schippers de verslaggever voor aan de hand van kleurige Powerpointpagina’s. Toen produceerde DAF in het tweede kwartaal nog maar 50 trucks per dag, een dip zo diep dat alleen ontslag van flexwerkers én gesubsidieerde werktijdverkorting én verplichte opname van vrije dagen dat kon opvangen. Naar, hóp, weer een piek eind 2013, toen iedereen nog snel een truck met goedkopere Euro-5 motor bestelde, voor de schone Euro-6 verplicht werd.

DAF heeft dus ervaring met het inkrimpen en uitbreiden van personeel. Maar hoe doe je dat goed, zonder dure opleidingskosten te verspillen? En waar vind je nieuwe, goede mensen?

Flexwerk, flexschil, flexpool – de rapporten over arbeid in de toekomst wijzen eensgezind dezelfde kant op. Onderzoeksorganisatie TNO berekende dat in 2020 de ‘flexibele schil’ van een bedrijf gemiddeld 30 procent is – dertig op de honderd hebben dan een flexibel contract. Nu is dat 25 procent.

Maar dat verhaal gaat minder op voor de industrie, zegt TNO-onderzoeker en lector aan hogeschool Windesheim Anneke Goudswaard, die het rapport De toekomst van flex schreef. Al deinen de chemie-, staal-, auto- en maaksector weerloos mee op de economische golven, de flexibele schil beslaat er nog maar 17 procent en groeit naar verwachting tot 20 procent.

Uitzondering is chipmachinefabrikant ASML, die een grote flexschil van 30 procent heeft. Dat maakt dat het bedrijf razendsnel kan krimpen. Maar zo’n schil is duur: elke losse kracht moet een dure opleiding krijgen. En om ze betrokken te houden, worden ze goed betaald en delen ze in de winstuitkering.

Een flexibele vaste ploeg

DAF doet het met een soort urenbank. „Wij creëren liever flexibiliteit in de vaste ploeg”, zegt Schippers. „Dan kun je mensen langer in dienst houden.” Zijn collega Harry Wolters, baas operations, legt uit hoe. De 4.300 vaste DAF-medewerkers in Eindhoven werken 36 uur in een 40-urige werkweek. Met de twee ADV-dagen die dat per maand oplevert, kan het bedrijf schuiven. Geen werk, dan moet je verplicht thuis blijven. Later kun je dan, helaas, minder vrije dagen opnemen. Veel werk? Spaar dan je ADV-dagen maar op.

De DAF-cao, „overeengekomen met de bonden”, eist dat je aan het einde van het jaar niet meer dan 45 uren in de plus of de min mag staan, extra uren worden uitbetaald of kwijtgescholden. Maar door het jaar heen kan het ‘saldo’ oplopen tot wel 80 uur. En soms levert dat kwijtschelden wel ongelijke situaties op de werkvloer op, zegt Schippers.

DAF heeft ook flexwerkers, bijna duizend. Dat aantal wordt eerst verlaagd, nu de productie minder is. Schippers: „We denken dat Rusland nog lang niet op het normale niveau zit. Als we een korte dip verwachtten, losten we het op met uren. Dit is structureler.” DAF houdt tijdens korte dips en pieken graag de vaste ploeg bij zich. „Voordat je iemand los kunt laten op de vloer, zitten er zeker 120 opleidingsuren in. Dat kost veel geld.”

Het schuiven met ADV-dagen door de baas, wat vooral op de productieafdeling gebeurt, valt echter bij een flink aantal werknemers niet goed. Vlak voor de jaarwisseling stonden boze werknemers voor de poort te flyeren. Ze willen meer zeggenschap over hun vrije tijd. Vorige week was de FNV op gesprek.

DAF-medewerker en FNV-lid Dennis Vereggen, die bij de logistiek werkt, vindt dat het personeel te weinig zelf kan beschikken over de vrije uren, en DAF te veel. „Ik heb het met grote regelmaat meegemaakt dat ik op het laatste moment werd uitgeroosterd. Dan zit je op de bank, aan zo’n dag heb je niks meer.”

Schippers snapt dat mensen duidelijkheid willen. „Dan moeten ze opeens oppas regelen of kinderopvang. Dat is lastig. Maar ja, wij willen ze graag houden.”

Flexpool of ‘inzetbaarheidbudgetten’

Bedrijven kunnen kiezen uit meer smaken dan met verlofdagen schuiven of de dure flexschil uitbreiden, zegt Anneke Goudswaard van TNO. Maakbedrijven moeten meer verschillende producten maken, die niet allemaal voor dezelfde schommelingen gevoelig zijn. Valt het ene weg, dan zet je je mensen op het andere.

Dat vereist ook dat je je eigen personeel breder inzetbaar maakt. Zo heeft Renolit uit Enkhuizen, dat plastic producten voor de medische sector maakt, drie jaar geleden seniorendagen vervangen voor ‘inzetbaarheidsbudgetten’. Daaruit kunnen medewerkers onder andere een opleiding doen die niet nodig is voor hun functie. Daarmee kunnen ze makkelijker iets anders binnen of buiten het bedrijf doen. Heel leuk, zegt personeelsadviseur Chantal Grooteman, „alleen de werknemers hebben het nog niet ontdekt.”

Nog een mogelijkheid is om met een aantal bedrijven een flexpool te maken, in het onderwijs al heel gewoon. „En dan wel cross-sector”, zegt Goudswaard, „anders zit je allemaal tegelijk in het dal.”

Het idee is dat bedrijven samen bekijken wat ze nodig hebben aan flexibel inzetbare lassers, draaiers, monteurs. Die leiden ze op en ruilen ze onderling uit. Zo’n flexpool vergt wel hele strakke organisatie, zegt Goudswaard, en soms mislukt het.

Deltametaal, met 19 aangesloten bedrijven in de regio Rijnmond, functioneert heel lang goed. Staalbedrijf Heerema Zwijndrecht betrekt bij Deltametaal bijvoorbeeld lassers en fitters. „Vorige week had ik acht lassers nodig”, zegt Ernst-Jan Rutteman van personeelszaken. Hij heeft er nu al vier „ingeleend”. Een tijd terug kwam een groep ijzerwerkers van Hollandia een tijdje bij Heerema werken. En toen het bedrijf minder werk had, gingen werknemers via ‘collegiale uitleen’ bij aangesloten bedrijven aan de slag.

Collegiale uitleen is moeilijk voor DAF, „wij zijn de enige truckbouwers”. Harrie en Harry kijken wel een tikje jaloers naar de vestiging in het Belgische Westerlo, waar 1.800 man cabines en assen maken. Daar is de flexschil dun, DAF kan er in tijden van crisis beroep doen op de structurele deeltijd-WW. Fijn, maar nog geen reden om te verhuizen. „Nederland is toch wel heel leuk. ”