Rudolph pakt zout – zo dynamisch

Elke week analyseert een expert een tv-programma binnen zijn vakgebied. Klopt het wat we zien? Deze week: Janneke Vreugdenhil over kooktelevisie.

‘Rudolph is razend populair op de Balkan, in Servië wordt hij vereerd als een God.” Culinair journalist Janneke Vreugdenhil kijkt graag naar Rudolph’s Kitchen. De patissier en kok Rudolph van Veen is het boegbeeld van de kookzender 24Kitchen. En terecht, vindt Vreugdenhil: „Zo’n kitschfiguur, een heerlijke theemuts. Ik ben een tijdje gefascineerd geweest door hem, ik keek iedere avond voor het slapen gaan. Vreemd genoeg schijnt hij straight te zijn. Hij heeft in ieder geval een vriendin.”

We kijken bij Vreugdenhil thuis op de bank naar Rudolph, die in dertien minuten een apfelstrudel van een halve meter in elkaar draait. Als het programma begint, heeft Rudolph al een schaal geschilde appels klaarstaan. „Welke appels?” vraagt Vreugdenhil. „Het maakt nogal wat uit of je goudrenets of elstars gebruikt voor zo’n apfelstrudel.” Dit komt steeds terug: Rudolph vertelt niet precies wat je moet doen. „Hij wil vooral een sfeertje neerzetten. Daarom vertelt hij ook over Weense gebaktraditie. Hij lult maar en hij lult maar. Alleen vergeet hij dus die appels.”

Rudolph gooit in een razende vaart appels, rozijnen, walnoten, suiker, kaneelpoeder, citroensap en boter in een bakje en schept het om met twee lepels. Dit wordt de vulling van de strudel. Vreugdenhil: „Dat is een veel te klein kommetje! Bij mij zou alles eroverheen gaan. Straks gaat hij ook nog met bloem strooien. Het kost uren om zo’n keuken weer schoon te krijgen. Maar daar zie je niets van. Ik vraag me ook altijd af: wie doet de afwas?” Vreugdenhil wijst er op dat Rudolph glazen kommen gebruikt, geen metalen: „Dan kan de kijker beter meekijken.”

Tijdens het omscheppen, als we wisselen van een totaalshot naar een close-up, is de vulling ineens klaar: „Hier zat duidelijk een knip in. Ze kunnen moeilijk de hele bereiding uitzenden. Dit is heel goed gemonteerd.” Vreugdenhil vindt het prima. Ze weet namelijk hoe gruwelijk het alternatief is: „Je hebt ook van die kookprogramma's waarin ze ieder stapje laten zien en er ook nog bij vertellen wat ze doen. ‘Ik ga de komkommer snijden, nu snij ik de komkommer... die gaat goed... Ik ga afgieten... dat ga ik doen...’ Dat is dodelijk saai en statisch.”

Zwierig draait Rudolph zich om voor een snufje zout dat achter hem staat: „Dit is zijn kracht, hij is zo dynamisch.” Rudolph pakt de bloem en zegt: „Ik gebruik harde bloem. Patisseriebloem. Je kan gewoon onze patentbloem gebruiken.” Vreugdenhil: „Dit snapt niemand. Voor een professionele kok of patissier is het lastig om te snappen wat de leek wil weten. Hij is zo geroutineerd, maar hij moet het begrijpelijk houden. Hier corrigeert hij zichzelf: eerst zegt hij welke bloemsoort hij echt gebruikt - harde bloem – maar dat is onbegrijpelijk en niet bij Albert Heijn te koop. Dus zegt hij dat gewone bloem (‘patentbloem’) ook goed is. Ik had dit stukje even overgedaan als ik hem was.”

In kookprogramma’s, zo stelt Vreugdenhil, gaat het om het gemoedelijke gekeuvel, de dosering van de informatie en de tijdsverdichting. De kijkers werkelijk vertellen en laten zien hoe het moet, is te saai.

Vreugdenhil: „Het recept is van ondergeschikt belang. Ik schat dat slechts twee procent zelf aan zo’n apfelstrudel begint. Voor de rest van de kijkers is het een substituut voor wat ze zelf graag zouden willen doen. Als ik dit heb gezien, hoef ik die hele apfelstrudel niet meer te eten. Het is als reisprogramma’s of porno: je krijgt zin om te gaan, maar je bent al geweest.”

24kitchen: Apfelstrudel