Ook zeehond slaat soms verkeerd af

De zeehondenstand in Nederlandse wateren is flink gegroeid. In Zeeland worden ze nu ook al aangereden.

Aan de kust bij Zeeland spoelen bijna dagelijks zeehonden of bruinvissen aan. Zeehond ‘Happie’ in de Oosterschelde werd vorig jaar publiekslieveling met een eigen Facebookpagina. Foto Erald van der Aa/Novum

Zeehondenredder Jaap van der Hiele (59) uit Middelburg werd zaterdag om kwart over twee ’s nachts wakker gebeld. Hij stond op en liep naar de overloop – de telefoon mag van zijn vrouw niet in de slaapkamer liggen. Meldkamer politie Zeeland aan de lijn. Er waren twee zeehonden aangetroffen. Op de openbare weg. Aangereden door een auto.

‘Wildongevallen’ zijn er in Nederland dagelijks. Slachtoffer zijn meestal wilde zwijnen, damherten, edelherten, reeën. Ze steken instinctief over, zien koplampen opdoemen, raken verblind en verstijven. Maar een zeehond op de weg?

Ja, dat kan. Op de Afsluitdijk waren de afgelopen jaren twee aanrijdingen met een zeehond. Vorig jaar was er één in Groningen. En afgelopen weekend was het dus raak in Zeeland. Op de Brouwersdam aan het Grevelingenmeer. Twee zeehonden à 150 kilo spier, in één klap overleden. Ze werden gevonden door een passant. Die zag ze zaterdagnacht liggen in het schijnsel van zijn autolicht, half in de berm, half op de weg. Hij belde de politie. De veroorzaker van het ongeluk heeft zich niet gemeld.

Toen Van der Hiele, ruim twintig jaar werkzaam bij de Eerste Hulp Bij Zeehonden (EHBZ), de dieren een uur na de melding aantrof op de Brouwersdam, waren ze nog warm. Het duidt erop dat het ongeluk kort tevoren, in het donker, moet zijn gebeurd. Dat ze dood waren, zag hij meteen aan de ogen. Dof, mat. Het licht was eruit, zoals bij een overleden mens. Gezonde ogen blinken.

Aan zeehonden in Nederland de laatste jaren geen gebrek. Zo is de populatie alleen al in het zuidwesten van Nederland na het zeehondenvirus in 2002, toen vele dieren sneuvelden, gegroeid van enkele tientallen tot circa 1.500 stuks.

Ook de komst van windmolenparken in de Noordzee zou bijdragen aan die toename. De kunstmatige leefomgevingen blijken kraamkamers voor vis. En al die vis is weer aantrekkelijk voor roofdieren als de zeehond. Biologen die zeehonden met gps-zenders hebben uitgerust, zien ze volgens vaste patronen langs de Europese windmolenparken zwemmen. Zeehonden geboren aan de rotskust van Scandinavië of Engeland zwemmen zo naar Zeeland en weer terug.

Uitgemergelde jonkies

Jonkies raken soms hun moeder kwijt. Het overkomt vooral de grijze zeehond, veel forser dan de ‘gewone’. Sommige verdwalen, hebben nog niet geleerd om vis te vangen en spoelen uitgemergeld aan op de kust. Van der Hiele is vorig jaar 340 keer gebeld over een – vaak overleden – zeehond of bruinvis op het droge in Zeeland of Zuid-Holland. Vrijwel altijd op het strand.

Maar ook op ‘ongewone locaties’ worden zeehonden door de groeiende populatie steeds vaker aangetroffen, zegt Arnout de Vries, strandingscoördinator bij zeehondencrèche Pieterburen. Op Terschelling vinden passanten ze op fietspaden. Soms komen ze terecht in duinen of weilanden. Er is eens een zeehond gelokaliseerd in een kanaal bij Hoogeveen en in het Amsterdamse IJ. Enkele jaren geleden leek er zelfs een te zwemmen in de Utrechtse gracht. Maar dat beeld bleek „na uitgebreid onderzoek” gemanipuleerd, zegt De Vries.

Zeehonden zijn nu eenmaal nieuwsgierige types. En zoet of zout water maakt ze weinig uit. De Vries: „Ook een zeehond neemt weleens een verkeerde afslag.”

Op Goeree-Overflakkee is enkele jaren geleden een jonge zeehond gevonden tussen de koeien. Die zwom in de drinkput voor het vee, zegt Van der Hiele, zo’n twee kilometer van de zee vandaan. Op Vlieland is er eentje geboren in een weiland en in Renesse hobbelde er één een paar jaar geleden zo het dorp in. De krantenbezorgster vond hem om 06.00 uur ’s morgens bij de frietboer, op zoek naar vis. De frietboer was gesloten.

Van der Hiele werd gebeld en bracht de zeehond terug naar zee. „Hij liep keurig zelf de trap af, zo het water in.”

Vooral de grijze zeehond, tot 300 kilo spier, kan zich op het land prima voortbewegen. Het zijn klimmers en klauteraars, gewend aan de Britse rotskust. Vooruit hobbelen doen ze door zich af te zetten op hun voorflappen. „De tijgersluipgang”, zegt Van der Hiele.

Zijn vermoeden is dat de dood aangetroffen zeehonden wilden oversteken van de Noordzee naar het Grevelingenmeer. Daar, bij de brede keersluis van de Brouwersdam, ziet Van der Hiele ze vaker geduldig wachten tot bij laag water de sluisdeuren naar het visrijke en rustige meer opengaan. Mogelijk, zegt hij, waren de zeehonden ditmaal wat ongeduldig en probeerden ze de dijk zelf over te steken. De helling van 30 graden, met wat gras, modder en begroeiing, is geen obstakel.

Dode zeehonden

Grote kans ook dat de automobilist die ze aanreed niets heeft gemerkt. Hadden de zeehonden bij de aanrijding overdwars gelegen, dan waren ze nu hartstikke plat. De automobilist had in dat geval een drempel gevoeld van 40 centimeter hoog – daar kun je niet omheen. Maar de dode zeehonden die Van der Hiele zaterdagnacht aantrof, lagen parallel aan de weg. Ze waren op een sijpelende hoofdwond na nog vrijwel intact.

De automobilist, denkt hij nu, heeft bij het raken van de eerste zeehond vermoedelijk gedacht alleen iets te dicht bij de berm te rijden. „Daarna wilde hij waarschijnlijk licht corrigeren en raakte hij zonder het te weten de tweede zeehond.”

Een gelukje voor het Natuurhistorisch Museum, dat ze opgezet wil opnemen in de collectie. Een grijze zeehond van dit formaat, helemaal intact, die vind je niet zo vaak.