Noorse schaatsen vecht tegen vergetelheid

Geen land met meer schaatshistorie dan Noorwegen. Maar het rijke verleden is ver weg in de lege Vikingskipet in Hamar. Waar ging het fout?

De schaatshal in Hamar tijdens de Olympische Winterspelen van 1994. Het zijn de gouden tijden in het Noorse schaatsen, met onder meer de oppermachtige Johann Olav Koss. Foto Thomas Kienzle/AP

Minutenlang zit Knut Kupper’n Johannesen (81) op zijn hurken te praten tegen Sverre Lunde Pedersen, die voor een handvol Noorse fans in het Vikingskipet op een bankje zijn schaatsen uittrekt na de vijf kilometer bij de wereldbeker. De Noorse schaatslegende heeft net de Oscar Mathisentrofee voor de beste schaatser van 2014 uitgereikt aan Jorrit Bergsma. „Geweldig hoe hij Sven Kramer de baas was op de tien kilometer in Sotsji”, looft de olympisch kampioen van 1960 in de catacomben. „Zelf kreeg ik de allereerste Oscar van de zus van Oscar Mathisen, in 1959.” Zal ooit nog een Noor de prijs winnen? „Sverre Lunde moet opschieten. Anders ben ik te oud om hem de Oscar uit te reiken.”

Geen land ter wereld heeft een rijkere schaatshistorie dan Noorwegen. Nostalgische zwart-wit beelden van tienduizenden fans in ijspaleizen van Frogner en Bislett in Oslo. Een lange reeks van kampioenen, prachtige sneeuwrand langs de baan. Oude Noorse schaatsfans lepelen tot op de tiende nauwkeurig onvergetelijke tien kilometerrecords op, van Hjalmar Andersen (16.32,6) en Johannesen (15.44,6) tot Johan Olav Koss (13.30,55). Maar dat uitgerekend ‘hun’ schaatsers vorig jaar in Sotsji afzegden voor de olympische tien kilometer om zich te sparen voor de ploegachtervolging, die ook nog eens op een mislukking uitdraaide? Het Noorse schaatsen, dat er toch al niet florissant voor stond, is de klap nog altijd niet te boven. Als dat ooit nog lukt.

Somberheid troef, bij de matig bezochte wereldbekerwedstrijd afgelopen weekeinde in Hamar. „Er is geen geld meer”, stelt Øystein Haugen, de afgelopen dertien jaar teammanager van de Noorse ploeg. Energiebedrijf Statnett stopte na het echec van Sotsji als hoofdsponsor. „Dat kost de bond vijf miljoen kronen (575.000 euro) per jaar”, rekent Haugen voor. „De kas is leeg”, geeft zijn opvolger Lasse Saetre toe. Op de derde plaats van Pedersen op de vijf kilometer na, hebben de Noren sportief ook al geen reden tot juichen. „De combinatie van financiële crisis en sportieve malaise biedt geen hoop voor de toekomst”, stelde de gezaghebbende krant VG in een commentaar. Erger: „Schaatsen is een sport die in de vergetelheid raakt.”

Nergens een spoor van schaatsers, op een doordeweekse dag op het krabbelbaantje in het centrum van Oslo. Bislett is al jaren geen schaatstempel meer, al staat er een prachtig beeld van ‘Hjallis’ Andersen voor het stadion. Een verwarmde atletiekbaan onder de tribunes, alleen in een hokje op de derde etage wat foto’s van Ard Schenk of Eric Heiden. In Frogner ligt sinds 2009 weer wel ijs. Hier vierde ooit Oscar Mathisen triomfen, zijn standbeeld schittert in de zon. Maar buiten wat ijshockeyers en een jochie achter een pinguïn is het rustig. Langebaanschaatsen? „Soms een paar ouderen”, vertelt de beheerder. „Maar minder en minder.” Zelfs het fraaie museumpje trekt nauwelijks nog bezoek.

Publieke omroep NRK zendt hooguit delen van de wereldbeker in Hamar rechtstreeks uit. Het schaatsen sneeuwt letterlijk onder bij andere wintersporten. In biatlon en langlaufen zijn de Noren wél goed. De jeugd kiest massaal voor sneeuw boven ijs. Ådne Søndrål, olympisch kampioen 1.500 meter van 1998, rekende zijn generatiegenoot en vriend Bart Veldkamp voor hoever het schaatsen achterblijft. „In onze tijd, begin jaren negentig, hadden biatlon, langlaufen en schaatsen dezelfde budgetten. Tegen de huidige koers rond de 10 miljoen kronen (zo’n 1,2 miljoen euro). Biatlon heeft nu 100 miljoen, langlaufen 85 miljoen, schaatsen nog geen vijf miljoen. Schaatsen is achteruitgegaan, andere wintersporten zijn doorontwikkeld. Dat zegt veel. Geld is bepalend voor succes.”

Oud-bondscoach Jarle Pedersen bevestigt de bedragen. „Langlaufen en biatlon zijn de hele winter door elk weekend urenlang op televisie. In het schaatsen is het EK de enige internationale wedstrijd tussen half december en eind januari, middenin de winter. Logisch dat we onzichtbaar zijn. De kalender van de internationale schaatsbond (ISU) deugt niet. Alleen in Nederland trekken nationale wedstrijden ook belangstelling. Voor Noorwegen en de rest van de wereld is het cruciaal om elk weekend een wereldbeker te hebben.”

Ook in Hamar is Nederland weer alom aanwezig, van schaatsers en begeleiders rond het ijs tot de muziek in de hal. „Er is één land heel erg dominant”, constateert Finn Halvorsen, technisch directeur van de Noren. „Dat kost interesse in andere landen, ook in Noorwegen. Je ziet hetzelfde in het langlaufen. Noorwegen is daar momenteel te sterk, in Duitsland en Azië neemt de belangstelling af. Dat is niet goed voor de sport. Je hebt af en toe succes nodig om iets op gang te krijgen.”

Dus klampen de Noren zich vast aan hun kopman Sverre Lunde Pedersen, de 22-jarige zoon van de oud-bondscoach. Hij won dit seizoen in Seoul voor het eerst een wereldbeker, vertelt de nieuwe bondscoach Sondre Skarli (28). „Dat was heel belangrijk voor ons. Na Sotsji waren de media heel negatief. Nu kunnen we naar de toekomst kijken.” Ongelijke strijd met de Nederlanders, waar Kramer en Koen Verweij niet meededen in Hamar om zich optimaal te prepareren op de WK afstanden volgende week in Heerenveen? „Sverre Lunde heeft vorige week ook 26 uur getraind.”

Hoor de fans juichen als Pedersen zijn rondetijd terugbrengt van 30.4 naar 30.2. „Schaatsen zit de Noren in het bloed”, zegt Veldkamp, die eind februari een nostalgische wedstrijd voor oud-toppers organiseert in Alta, Noord-Noorwegen. „Bij de lokale ijsclub zie je iets ontstaan. Het clubhuis wordt geschilderd, nieuwe deuren. Zonder geld, uit pure betrokkenheid. Maar de Noorse bond zit in een winkel en wacht tot de klanten komen. ‘Vroeger kwamen ze ook’, zeggen ze dan. Zo werkt het niet. Als het minder gaat, moet je initiatief tonen. Dat gebeurt in Noorwegen te weinig.”