Na de arrestatie was het nog niet veilig bij de NOS

In tegenstelling tot wat Bas Heijne schreef, was het echt nog niet veilig toen het filmpje van de arrestatie werd uitgezonden, aldus hoofdredacteur NOS Nieuws Marcel Gelauff.

Bas Heijne verwijt mij in nrc.next van afgelopen zaterdag dat ik vol gas gaf in de berichtgeving van de NOS „toen het voorbij was en ook duidelijk moet zijn geweest dat er van echte dreiging geen sprake moet zijn geweest”. Deze aanname, die de basis vormt voor zijn verwijt, is niet correct met als eindresultaat een rij feitelijke onjuistheden en gemakzuchtige conclusies. De feiten:

• Tegen 20.00 uur zat ik in de auto en werd ik rechtstreeks gebeld uit de regiekamer van de studio waarvandaan het NOS Journaal van 20.00 uur wordt uitgezonden. Ik kreeg te horen dat er op de redactie een man met een wapen rondliep die van alles eiste en dat er een gijzeling gaande was. Dat de collega’s zich hadden opgesloten in de regie en niet wisten wat te doen. Ik hoorde angst, paniek en ontreddering.

• Ruim een half uur later stond ik in de sneeuw bij het NOS-gebouw, tussen tientallen collega’s die het pand uit waren gerend. Sommigen huilend en bang en bijna iedereen heel erg ongerust en in grote verwarring.

• Tegen 21.00 uur heb ik besloten om het beeld dat we hadden uit te zenden, nadat ikzelf op een telefoon enkele screenshots had bekeken en nadat collega’s in Den Haag me telefonisch hadden beschreven wat er op het filmpje was te zien. De collega’s in Den Haag hadden tussen 20.00 en 20.15 uur live de dreigende situatie in de studio en de arrestatie mee kunnen kijken. Sommigen zeiden na afloop dat ze dachten elk moment live het neerschieten van de bewaker te zullen zien.

• Er was steeds contact met de politie ter plekke. Om 21.00 uur, toen we (vanuit Den Haag) de uitzending begonnen, was de situatie als volgt:

• Het Media Park was afgesloten door de politie.

• De collega’s werden door de politie op afstand van het NOS-gebouw gehouden en die afstand werd steeds groter gemaakt. We mochten absoluut niet naar binnen.

• Er was sprake van mogelijk meerdere daders.

• De dader had gezegd explosieven te hebben geplaatst.

• De politie doorzocht het hele gebouw, kamer voor kamer.

• Omstreeks 22.15 uur (dus ruim een uur nadat onze uitzending was begonnen en twee uur na de arrestatie) kwam het sein dat alles veilig was.

• En wat deden al die collega’s die zo bang waren geweest en dat misschien nog wel waren? Die renden het NOS-gebouw in om aan het werk te gaan.

„Toen alles voorbij was”, schreef Bas Heijne dus. Alles was niet voorbij toen we gingen uitzenden. Verre van dat. Natuurlijk; ook ik kon bedenken dat het misschien een verwarde enkeling was, maar dat betekent niet dat het verstandig is overhaaste, ongefundeerde en buitengewoon riskante conclusies te trekken.

Ik respecteer dat Bas Heijne misschien tot een andere afweging was gekomen over het filmpje. Dat kan. Ik heb ervoor gekozen Nederland te laten zien wat net was gebeurd. Dit was wat het was, geachte kijker, wat de nationale televisie heeft lamgelegd. Zonder daar iets aan af of bij te doen. Informeren is mijn journalistieke en publieke taak. Over de maatvoering wil ik het achteraf best hebben. Maar ik respecteer niet dat twee dagen na het gebeuren een column wordt gepubliceerd die zo’n onrecht doet aan de feitelijke situatie en de potentiële risico’s van het moment.

Het gaat me daarbij niet eens zozeer om mezelf. In deze functie weet je dat je zo nu en dan onder een vergrootglas ligt. Het gaat me om al die collega’s die daar buiten in de sneeuw stonden met hun twijfel en hun angst of iedereen veilig was, en om hun naasten die buitengewoon ongerust thuis zaten. Dat wordt met deze column niet alleen ontkend maar vooral achteloos terzijde geschoven.