Moorden onder een grauw wolkendek

Nuchtere inspecteur weet door te dringen tot de hechte gemeenschap op de Shetland-eilanden.

InspecteurJimmy Perez (Douglas Henshall) met de zonderlingeMagnus Bain (rechts). Heeft hij een moord op zijn geweten of is hij gewoon een lieve, oude man?

‘Op een mooie, heldere dag zie je links IJsland liggen en rechts Noorwegen.” Deze opmerking wordt ergens terloops gemaakt in de eerste aflevering van Shetland, de BBC-serie die zich afspeelt op de Shetland-eilanden, ten noordoosten van Schotland. Het klinkt geweldig, die heldere dagen, maar waar zijn ze?

In deze Schotse crimeserie, gebaseerd op de succesvolle thrillerreeks van misdaadschrijfster Ann Cleeves, wordt de kijker voornamelijk geconfronteerd met troosteloos weer en, vooral, met veel lijken.

Het verhaal draait om Jimmy Perez (Douglas Henshall), een plaatselijke politie-inspecteur en zijn nuchtere assistente, brigadier Alison McIntosh (Alison O’Donnell).

Samen vormen ze een degelijk team dat telkens een moord oplost. Zo wordt in de eerste aflevering het lichaam van de oudere Mima aangetroffen en ligt in de tweede aflevering – gebaseerd op Cleeves’ boek Raven Black – een dood tienermeisje op het strand. Iemand heeft haar gewurgd en de raven pikken aan haar zielloze lichaam. Hoofdverdachte is Magnus Bain, een zonderling figuur die een eindje verderop woont. Perez – type ruwe bolster, blanke pit – weet al snel door te dringen tot de zonderlinge man. Is hij de moordenaar?

Shetland is gemaakt voor de kijker met geduld. Perez is geen inspecteur met spierballen die snel zijn pistool trekt, maar een man van het gevoel en een heerlijk Schots accent. Zijn sterke kant is zijn psychologisch inzicht. Dat moet ook wel, want moorden oplossen binnen een kleine gemeenschap is geen eenvoudige taak. Op de eilanden kent iedereen elkaar en menig verhoor vindt plaats achter een dampende kop thee in de keuken of tussen de schapen.

In de derde aflevering, gebaseerd op het boek Blue Lightning – moet Perez vanwege een moord terugkeren naar Fair Isle, het eiland waar hij zelf is opgegroeid. Hij wordt geconfronteerd met een hachelijke zaak die de piepkleine gemeenschap uiteen lijkt te rukken. Zijn vader smeekt hem: „In het belang van dit kleine rotsblok: grijp de dader.”

Toch heeft Perez geen last van dit soort druk. Nuchter en kordaat dringt hij door tot de psyche van de eilanders. En als iemand overduidelijk zit te liegen, wordt hij pissig. Dan krijgt hij een dreigende blik in de ogen en zegt hij met barse stem: „Waag het niet mijn intelligentie te onderschatten.”

Shetland lijkt qua sfeer en tempo op tv-series als The Killing en The Bridge maar is qua opzet minder ambitieus. De verhaallijn wordt niet over vele afleveringen uitgesponnen maar beperkt zich telkens tot één lange aflevering van 120 minuten. Deze verloopt volgens een vast stramien: een moord vindt plaats, verschillende verdachten doen zich voor, een tweede slachtoffer wordt gevonden, nog meer speurwerk volgt, de dader wordt gepakt.

Die voorspelbaarheid is weinig uitdagend, maar het acteerwerk van Perez en de andere eilandbewoners biedt tegenwicht. Ook het camerawerk, waarbij overduidelijk veel aandacht is besteed aan compositie en lichtval– interieurs van oude huizen zien er soms uit als kleine rembrandteske schilderijen– maakt veel goed. Overdreven zijn de lange shots van het landschap die, door een dikke filter op de lens, wel heel somber aandoen met dat grauwe wolkendek boven de wuivende grasvelden. Maar het wekt wel het verlangen op naar een melancholische vakantie vol whisky en coltruien.