Met een slimme bril zit je in je computer

Google Glass was geen succes. Toch groeit de computerbril uit tot een volwaardig beeldscherm op je hoofd. Voor de lol, en voor op het werk.

Foto’s maken en filmpjes schieten met losse handen. Altijd winnen met Triviant dankzij Wikipedia in je ooghoek. Zo’n slimme bril zou iedereen wel willen hebben, dacht Google toen het in 2012 Google Glass presenteerde. Ondanks de hype werd de wearable-soep niet zo heet gegeten als-ie werd opgediend. Het project werd onlangs stilgezet.

Maar de computerbril is niet dood, laat staan begraven. Afgelopen maand, op de Consumer Electronics Show (CES) in Las Vegas, struikelde je over de slimme brillen. Lange rijen bij de stand van de virtualrealitybril Oculus Rift van Oculus, dat is overgenomen door Facebook. En twee weken geleden stal Microsoft de show met de HoloLens, een doorkijkbril die driedimensionale computerobjecten toevoegt aan je werkelijke omgeving. De vakterm daarvoor is augmented reality (AR) – een variant op virtual reality (VR).

Het zijn allebei geen nieuwe technologieën. Waarom zijn zoveel bedrijven uitgerekend nu bezig met computerbrillen? Een belangrijke oorzaak is schaalverkleining. Krachtige grafische chips, waar vroeger nog een hele pc omheen gebouwd werd, passen nu op de nagel van je pink. Daardoor kan een brilmontuur voldoende rekenkracht huisvesten om twee high definition-afbeeldingen – in 3D, dus voor elk oog één – te projecteren.

Chips zijn ook zuiniger geworden, waardoor je een slimme bril met een kleine accu toch een paar uur kunt gebruiken. Dankzij de opkomst van de smartphone zijn sensoren tot slot goedkoper geworden, zoals de kompas- en GPS-chips en de bewegingsmeters. Die zijn nodig om het beeld je hoofdbewegingen te laten volgen. Als dat niet goed werkt, kun je erg misselijk worden.

Het voordeel van augmented reality ten opzichte van virtual reality is dat je grip op de fysieke realiteit houdt. Het is aan de gebruiker om het verschil tussen de virtuele en reële wereld te blijven onderscheiden.

Terminator

Het falen van Google Glass heeft het enthousiasme van andere fabrikanten van slimme brillen niet getemperd. Integendeel. „Google heeft veel belangstelling voor de computerbril gecreëerd en wij profiteren daarvan”, zegt Pete Jameson. Hij is operationeel directeur van ODG, een Amerikaans bedrijf dat al zes jaar computerbrillen ontwikkelt voor met name militaire doeleinden, en ze – in tegenstelling tot veel andere fabrikanten – al daadwerkelijk verkoopt: de ODG R-6 is de zesde generatie.

De R-6 ziet eruit als een forse zonnebril, weegt ruim 150 gram (drie keer zo zwaar als Glass) en kost rond de 5.000 dollar (ca. 4.420 euro). Amerikaanse militairen gebruiken hem om op patrouille extra informatie op te roepen; politieagenten dragen de R-6 om gezichten te herkennen in een mensenmassa. De camera in de bril scant de menigte op bekende gelaatstrekken en vist de namen uit een database.

Dit was het scenario waar de privacyvoorvechters bij Google Glass zo bang voor waren. Het is een beetje Terminator-achtig, beaamt Jameson. Gaat er een lampje branden als de videocamera loopt? Natuurlijk niet. Een opsporingsambtenaar moet onopvallend zijn.

Stiekem lezen

ODG wil nu de overstap maken naar de consumentenmarkt. Op CES toonde het een slimme bril die minder dan duizend dollar moet gaan kosten. Wat moet je als gewone gebruiker met zo’n gadget? Jameson: „Je kunt in een vliegtuig rustig naar een film kijken of een e-book lezen, zonder dat anderen meegluren. Met een draadloos toetsenbord kun je ongezien e-mails tikken.”

De buitenwereld ziet intussen alleen een persoon met een grote zonnebril. Die langzaam begint te zweten, want tijdens een test blijkt dat de processor erg warm wordt als je een 3D-film kijkt.

Voorlopig levert ODG alleen aan professionals. Behalve aan soldaten en agenten bijvoorbeeld aan artsen en techneuten die op locatie iets ingewikkelds moeten doen. Daarnaast demonstreert Jameson een toepassing waarbij een aantal gebruikers tegelijk een virtuele kaart bekijkt. Ze kunnen er omheen lopen en inzoomen op objecten met de meegeleverde muis. Handig voor architectenbureaus, of voor een militaire commandopost.

Microsoft HoloLens

Dit gezamenlijk kijken naar 3D-objecten lijkt sprekend op de toepassing die Microsoft twee weken geleden liet zien bij de presentatie van de HoloLens. Die verwantschap is niet toevallig: Microsoft kocht een jaar geleden tachtig patenten van ODG en betaalde daar volgens schattingen tussen de 100 en 150 miljoen dollar (ca. 88 en 133 miljoen euro) voor.

Microsoft toonde de computerbril als een bril die je af en toe opzet. Dat is een andere benadering dan Google, dat Glass destijds presenteerde als een bril die je continu draagt, ook op straat.

HoloLens is eerder een helm dan een bril. Je zou er Minecraft mee kunnen spelen, waardoor de huiskamer verandert in een spelwereld. Ook gedemonstreerd: wandelen door een denkbeeldig Marslandschap, 3D-objecten boetseren en virtuele knoppen indrukken door met je vingers te wijzen. Dat lijkt een beetje op de Kinect–controller die bij de Xbox zit. Anderen zien er Minority Report in, de sciencefictionfilm waarin Tom Cruise met zwaaiende armen virtuele informatieschermen aanstuurt.

HoloLens moet overweg kunnen met Windows 10, dat later dit jaar op de markt komt. Dat is de visie van Microsoft: één Windows voor alle schermen, voor tv’s, computers, tablets, smartphones en de 3D-bril. Dichterbij kan niet: straks werk je niet alleen op, achter of met de computer. Je zit in de computer.