Magistrale Morricone overweldigend

Foto ANP

Na twee keer afzeggen was hij er dan toch eindelijk: Ennio Morricone, de meester van de orkestrale soundtracks bij films van Sergio Leone, Brian De Palma, Roland Joffé en anderen. De 86-jarige maestro gaf een overweldigend concert met de 86 muzikanten van het Tsjechische Nationaal Symfonie Orkest en 75 zangers, die in ruim twee uur slechts enkele malen in actie hoefden komen om de muziek naar een nog hoger plan te tillen.

De kracht van Morricone is dat hij het klassieke métier beheerst, maar zijn liefde voor populaire muziek nooit is kwijtgeraakt. Uit een magistrale orkestpartij kon zomaar een eenzame surfgitaar opduiken, of een paar welgemikte tikken op een houtblokje. De eenzame harp aan het eind van Legend of 1900 klonk net zo aangrijpend als de wereldberoemde fluitmelodie van The Good, the Bad and the Ugly. Het funky basintro van Come Maddalena voerde je mee in een wervelende achtervolgingsscène en bij de jazzpiano van Love Circle was het opeens 1969 en heerste de vrije liefde weer.

Morricone had geen filmbeelden nodig om het drama van zijn muziek gestalte te geven. Des te indrukwekkender was de verschijning van zangeres Susanna Rigacci in het woordloze The Ecstacy of Gold, waarin haar snerpend hoge stem zowel wonderschoon als angstaanjagend klonk. De geblesseerde gastzangeres Dulce Pontes werd nauwelijks gemist. Het koor tilde de muziek tot religieuze hoogte in het thema van The Mission en in Abolisson, de verbeelding van een slavenopstand uit de film Queimada waarbij de veelzijdige Leandro Piccione een donderend kerkorgel uit zijn keyboard toverde. Tijdloos en imposant: Morricone kwam, zag en overwon.