Lithium moet eerste keus zijn bij vrouwen met kraambedpsychose

Eén op de duizend kraamvrouwen kampt met ernstige depressie en hallucinaties. Lithium helpt.

Het middel lithium werkt het beste om kraambedpsychose bij jonge moeders te bestrijden. Dat concluderen onderzoekers van het Erasmus MC in Rotterdam na een vergelijkend onderzoek bij vrouwen met zulke klachten. Ze publiceren de uitkomsten vandaag in het American Journal of Psychiatry.

Kraambedpsychose komt voor bij 1 tot 2 op de duizend vrouwen die pas een kind hebben gekregen. Het begint vaak met slapeloosheid, stemmingwisselingen en overmatige bezorgdheid om het kind, maar mondt dan uit in ernstiger symptomen als waangedachten, hallucinaties, depressie en ongecoördineerd gedrag. Er is een flink verhoogd risico dat de moeder zichzelf of haar kind wat aandoet.

Kraambedpsychose wordt behandeld met medicijnen, maar een eenduidige standaard is er niet. Meestal kiest de arts een middel dat past bij de opvallendste symptomen; slaapmiddelen tegen slapeloosheid, antipsychotica tegen psychotische verschijnselen of antidepressiva tegen depressieve klachten. Heel soms wordt elektroshocktherapie overwogen.

Uit vergelijkend onderzoek onder 64 vrouwen met kraambedpsychose blijkt nu dat lithium terugval van de patiënt voorkomt. Met lithium in de hoofdrol „is 98 procent van de vrouwen na 40 dagen volledig opgeknapt”, zegt eerste auteur Veerle Bergink, psychiater van Erasmus MC aan de telefoon.

„In Nederland zijn al veel poliklinieken overgestapt op de behandeling met lithium, naar aanleiding van de resultaten die wij eerder al op congressen hebben gedeeld”, zegt Bergink. „Wij hopen nu dat na deze publicatie het buitenland zal volgen.”

De duur van een kraambedpsychose kan flink bekort worden met medicijnen, zegt Bergink. „Goed behandeld is de ziekteperiode tegenwoordig gelukkig zo kort dat het voor moeder en kind geen blijvende invloed hoeft te hebben.”