Kopland zou het met mij eens zijn

nrc.next heeft dichters gevraagd om een gedicht te herschrijven. Te verbeteren, of aan te passen aan de tijd. Piet Gerbrandy koos voor ‘Jonge sla’ van Rutger Kopland en verklaart zijn keuze: de slapte van de rauwkost biedt geen hoop.

Illustratie Jet PEters

In Praag bloeit kortstondig een lente op, Parijs is het toneel van sociale revolte, Vietnam wordt platgebombardeerd, studenten bezetten het Maagdenhuis, Martin Luther King en Robert Kennedy worden omgelegd, Jan Palach steekt zichzelf in brand, Brian Jones verdrinkt in een zwembad, de Club van Rome denkt na over ecologische rampen, en wat doet Rutger Kopland? Hij schrijft het lulligste gedicht uit de naoorlogse literatuur van ons taalgebied.

Vermoedelijk zou de dichter achteraf volledig met die kwalificatie hebben ingestemd, want in zijn nadagen weigerde hij pertinent het gedicht voor te lezen, hoezeer zijn trouwe fans daarop ook aandrongen. Ter verontschuldiging zij ook aangevoerd dat de Nederlandse poëzie van de late jaren zestig de lulligheid cultiveerde, getuige het werk van C. Buddingh’, Hans Vlek, C.B. Vaandrager en Riekus Waskowsky. Maar ‘Jonge sla’ is een extreem geval.

Werkelijk álles is lullig aan dit gedicht, niet alleen de flauwe ironie waarmee al even flauwe sentimentaliteit aan de kaak wordt gesteld, maar ook de totale desinteresse in formulering en vormaspecten. Na de ‘verdorrende bonen’ zijn de ‘stervende bloemen’ blijkbaar toegevoegd om ook hopeloos symboolblinde lezers nog toe te roepen dat het hier om vergankelijkheid gaat, en de tweede strofe stapelt detail op detail om in godsnaam maar duidelijk te maken dat de jonge kropjes een zwaar seizoen tegemoet gaan. Erger zijn de regelafbrekingen, die geen enkel doel dienen dan een bladspiegel te genereren die er vanaf een afstand als poëtisch uitziet.

Het zou het beste zijn dit gedicht te negeren, zoals Kopland zelf verkoos te doen, want aan verbetering valt eenvoudig niet te beginnen. De gehele eerste strofe schrappen? Er proza van maken, wat het in zekere zin al is? Een subtiele verwijzing naar de toestand van de wereld invoegen? Ik vrees dat de slapte van de smakeloze rauwkost geen hoop biedt. Laten we er liever iets tegenover zetten.