Glasmeeuwen

Enkele decennia geleden deden zilvermeeuw (Larus argentatus) en kleine mantelmeeuw (Larus fuscus) hun volksnaam ‘zeemeeuw’ nog eer aan door voornamelijk vis, krabben, mosselen en kokkels te eten. De groei van open vuilstortplaatsen lokte de meeuwen echter landinwaarts naar een nieuwe onuitputtelijke voedselbron: menselijk afval. Toen die afvalhopen van overheidswege afgedekt moesten worden, trokken meeuwen de steden in waar ze de inhoud van de plastic vuilniszakken plunderen. Braakballen van meeuwen documenteren een vrijwel onbeperkte voedselkeuze, van druiven(pitten), vleeswarenverpakkingen, kipkluifjes tot kroonkurken.

In het laatste nummer van Straatgras schrijft vogelkenner Gerard Ouweneel hoe ver meeuwen kunnen gaan. In mei 2014 viel het hem op dat de grond van een in het Haringvliet opgespoten vogeleiland bezaaid lag met glasscherven. Die bleken door de aldaar broedende meeuwen te zijn uitgebraakt. De scherven schrokken ze naar binnen bij een glasverwerkingsbedrijf, waarbij ze een voorkeur vertonen voor pindakaaspottenglas.

Het eetbare wordt verteerd en het glas verlaat de meeuw in een braakbal, vaak ingepakt in gras. Meeuwenonderzoeker Roland-Jan Buijs stelde bij sommige meeuwen een uitgescheurde keelzak of een gespleten tong vast, maar wonderwel blijft de schade van een portie glas-met-voedselresten beperkt.