Feiten verergeren klimaatconflict

Klimaatsceptici en broeikasgelovigen hebben duidelijk verschillende persoonlijkheden

Protest van milieuactivisten tegen geringe klimaatmaatregelen, ter gelegenheid van de G20-top in Sidney, Australië, november 2014. Ze tonen hoe volgens hen politici regeren: met hun kop in het zand. Foto REUTERS/David Gray

Het is vruchteloos dat klimaatsceptici en klimaatgelovigen elkaar proberen te overtuigen met feiten. Want het gaat om overtuigingen die de basis vormen van een groepsidentiteit. Een conflictsituatie zet de onderlinge verschillen alleen maar scherper aan, en zorgt ervoor dat beide kampen zich juist dieper ingraven.

Dat schreven onderzoekers gisteren in het tijdschrift Nature Climate Change op basis van een online enquête onder 448 Amerikanen. Dat waren niet alleen sceptici (120), maar ook overtuigden (328). „Alleen al daarom is de studie waardevol, want veelal worden alleen sceptici onderzocht”, zegt Tom Postmes, hoogleraar Sociale Psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, die een commentaar bij het artikel schreef.

Uit de lijst met vragen die de 448 deelnemers moesten beantwoorden, kwamen duidelijke profielen tevoorschijn. De sceptici waren overwegend Republikeins, nationalistisch, optimistisch over de toekomst van de aarde, ze waardeerden autoriteit en loyaliteit. De gelovigen waren vooral Democratisch, ze vereenzelvigden zich meer met de hele mensheid, ze waren angstig en bezorgd over de toekomst van de aarde, en vonden eerlijkheid belangrijk.

Op basis van deze scheiding concluderen de Australische onderzoekers dat het hier gaat om twee groepen met een eigen sociale identiteit.

Maar hoogleraar Postmes vindt dat net iets te ver gaan. „Ze hebben mensen niet gevraagd of ze zich lid voelden van een klimaatgroep. En je kunt ze niet in het hoofd kijken”, zegt hij.

Volgens Postmes is het onderzoek wel „een indirect bewijs” van de theorie die hij zeven jaar geleden met twee collega’s opstelde over groepsactie. Mensen komen tot collectieve actie als aan drie voorwaarden is voldaan: ze moeten zich op het betreffende thema onderdeel van een groep voelen, ze moeten het idee hebben dat acties van de eigen groep vruchten afwerpen, en er is boosheid ten opzichte van de groep met tegenovergestelde opvattingen.

Postmes zegt dat concurrerende kampen kunnen opbloeien als in de politiek een thema gepolariseerd raakt. Met klimaat is dat volgens Postmes vooral in de Verenigde Staten en Australië gebeurd. In Europa is dat minder het geval. „In Nederland is alleen de PVV uitgesproken sceptisch, maar die partij profileert zich met andere thema’s.”

Volgens Postmes brengt het de kampen niet dichter bij elkaar als ze elkaar proberen te overtuigen van elkaars gelijk. Integendeel. „Gelovigen moeten bijvoorbeeld ophouden te beweren dat wetenschappers unaniem zijn over het feit dat de mens verantwoordelijk is voor klimaatverandering. Ook wetenschappers zitten in kampen.”

Wat helpt dan wel? Houd de dialoog tussen de kampen gaande, zegt Postmes. En probeer samen te werken. Eerder onderzoek (Nature Climate Change, 17 juni 2012) heeft laat zien dat sceptici makkelijker instemmen met klimaatbeleid als daarover wordt gesproken in termen van: extra banen, ontwikkeling van de samenleving, mensen worden voorkomender.