Column

Een beetje onderlinge binding moet toch kunnen

Er is veel slechtheid in de wereld. Fraude door zorgverleners met persoonsgebonden budgetten. Agressieve keukenverkopers. De Staatsloterij. Af en toe begint iemand te schieten.

Op de televisie waarschuwt een forensisch psychiater dat zoveel deining in het nieuws een ontregelend effect kan hebben op mensen met een labiele geest. Angst voor de apocalyps kan leiden tot complottheorieën, reddingsfantasieën. O ja, knikt de journalist van dienst, dat is een belangrijke analyse, professor, hartelijk dank. Om in één moeite de andere gesprekspartner te vertellen dat er die dag geen bloedbad is aangericht. ‘Maar het had best gekund!’ Voilà. Als er geen catastrofe is, kun je die verzinnen. Tijd om de labiele lezers van deze krant te kalmeren. Om de slechtheid van de mens in perspectief te plaatsen.

Vorige week, bij het kijken naar de reportage van Zembla over ICT-bedrijf Ordina en gesjoemel met overheidsaanbestedingen, kreeg ik althans behoefte hier en daar sussend ‘nou, nou’ te roepen. Want er was wel gesjoemel, en een enkel strafbaar feit, maar met veel van het omstreden gedrag leek mij niets mis. Waarom zouden we dat niet eens in de krant zetten?

Natuurlijk, als een hoge ambtenaar van Rijkswaterstaat deals sluit met Ordina via haar echtgenoot, moet het Openbaar Ministerie daar streng naar kijken. En de IND zal hopelijk zelf streng optreden tegen de ambtenaar die Ordina heeft verzocht het personeelsuitje van de dienst te betalen. Wie zoiets doet is ofwel slecht ofwel dom. Beide zijn voor de overheidsdienst geen aanbeveling.

Maar je moet het kind niet met het badwater weggooien. Zembla onderzocht hoe Ordina met aandacht en etentjes probeert opdrachten binnen te slepen en daarbij schoot het programma breeduit in de verontwaardiging. Een krant schreef geschrokken: ‘Zembla meldt morgenavond dat Ordina destijds precies wist welke ambtenaren beslisten over de aanbestedingen.’ Nou en, zou ik zeggen. Als ik wat te verkopen had zou ik ook willen weten bij wie ik moest zijn. En noemde Ordina de ambtenaren met wie ze een goede band had ‘sponsoren’? Niet ongebruikelijk. Commercieel denkende mensen spreken nu eenmaal geen beschaafd Nederlands, ik zou daar maar niet zo van schrikken.

Een gevaarlijk effect van deze snelle verontwaardiging was dat het programma meteen alle persoonlijke contacten suspect verklaarde. Het zette het spotlicht op passages in mails tussen Ordina en overheid die gingen over goede banden, genoegen, plezierige sfeer tijdens diners. Woorden als relatie en gunfactor werden uitgelicht alsof dat schandelijke begrippen zijn. Ambtenaren mag je niet beïnvloeden, schreef Zembla in haar aankondiging. ‘Ze moeten zo objectief mogelijk de beste deal sluiten.’

Hier was het dat ik ‘nou, nou’ ging roepen. In de laatste jaren zijn talloze boeken geschreven die de financiële crisis toeschrijven aan het verdwijnen van vertrouwensbanden in de zakenwereld. Achttiende en negentiende eeuwse winkeliers waren voor hun leningen afhankelijk van informele netwerken; banken en klanten ontleenden wederzijds vertrouwen aan langdurige onderlinge omgang. Waarom zou je daar nu opeens ‘objectieve’ procedures voor in de plaats stellen? Het vergroten van de afstand tussen partijen is niet echt de optimale oplossing gebleken.

Nou snap ik best dat de overheid een bijzonder soort opdrachtgever is. Ambtenaren handelen met andermans geld en daar geven ze niet vanzelfsprekend weinig van uit. Sterker nog, hoe meer ze uitgeven, hoe hoger hun status op hun departement is; vandaar dat ze aan strenge regels gebonden zijn. Maar met die regels vliegen helaas ook de voordelen van vertrouwen het raam uit.

Zembla kon wel mopperen dat ambtenaren de Europese aanbestedingsregels omzeilen, maar het had ook op die regels kunnen mopperen. Die verplichten immers opdrachten te geven aan partijen met wie je geen enkele band hebt en vragen daarmee om overtreding. Je kunt processen rationaliseren tot je bureaucratie perfect is, maar samenwerking blijft gedreven door gevoel en krediet.

Nee, het geeft geen pas topambtenaren per helikopter naar je tennis- of golftoernooi te vliegen. Dit soort patserigheid erodeert de samenleving, al was het alleen maar omdat het zo goedkoop en gênant is. Maar het is het andere uiterste om iedere vorm van onderlinge binding uit te sluiten. Het was daarom jammer dat verstandige deskundigen wel in Zembla mochten komen vertellen hoe schandelijk ambtenaren zich hadden misdragen, maar niet hoe het moet met die Europese aanbesteding, die aan alle kanten wordt genegeerd.

Wijzen op andermans fouten is grappig. Maar uitzoeken hoe je processen afstemt op de menselijke hang naar vertrouwen is beter voor het afweersysteem.