Druk op Saoedi-Arabië groeit om minder olie te produceren

Saoedi-Arabië zelf heeft veel reserves om de gevolgen van de lage olieprijs op te vangen, maar zijn bondgenoten niet.

De vraag hing vorige week verwachtingsvol boven de oliemarkt: zal de nieuwe Saoedische koning Salman het oliebeleid van zijn overleden voorganger voortzetten?

Velen hoopten van niet. De prijs per vat is sinds de zomer meer dan gehalveerd. De koersval jaagt een schok door de wereldeconomie en heeft grote gaten geslagen in de begroting van olielanden als Rusland, Venezuela, Nigeria en Iran. De Russische munt heeft de helft van zijn waarde verloren. In Venezuela staan protesten tegen de regering op uitbreken.

Maar in het wedstrijdje wie knippert het eerst met zijn ogen en maakt een einde aan de daling geeft Saoedi-Arabië vooralsnog geen krimp. Dat bleek eind vorige week toen koning Salman zijn kabinet herschikte. Hij hield de ervaren minister van Olie Ali al-Naimi op zijn post, ofschoon nieuwe koningen in het verleden meestal nieuwe mensen benoemden op zulke cruciale posities.

Het was een duidelijk signaal: AlNaimi is de architect van het huidige beleid. Hij was degene die de rest van de Organisatie van Olieproducerende landen (OPEC) overhaalde om niet in te grijpen met een productiebeperking om de daling van de prijs te stoppen. In het verleden deed ’s wereld grootste olie-exporteur dit wel.

Met de nieuwe strategie hoopt Saoedi-Arabië zijn marktaandeel te behouden in een wereld van afnemende vraag en toenemend aanbod, vooral door de opkomst van Amerikaanse schalieolie. De productie hiervan is relatief duur; een lagere olieprijs zou de producenten uit de markt drukken.

„Is het redelijk om van een zeer efficiënte producent te vragen om zijn productie te beperken, terwijl de inefficiënte producenten gewoon blijven produceren?”, zei Al-Naimi in december tegen de Middle East Economic Survey. „Dat is kromme logica. Dan stijgt de prijs en gaan de Russen, Brazilianen en Amerikanen er met mijn marktaandeel vandoor.”

Al-Naimi kan het weten. In de twintig jaar dat hij minister van Olie is, maakte hij drie keer eerder zo’n sterke prijsdaling mee. Begin jaren negentig dreef Saoedi-Arabië de prijs omlaag om Rusland uit de markt te drukken. In 1998 kon Moskou niet meer aan zijn betalingsverplichtingen voldoen.

Analisten vermoeden dat nu ook geopolitieke overwegingen een rol spelen. Want Saoedi-Arabië maakt zich grote zorgen over de groeiende invloed en assertiviteit van Iran, waarmee het in een regionale machtsstrijd is verwikkeld. De oorlog in Syrië is het belangrijkste front. En wie houden het Syrische regime financieel overeind: de olielanden Rusland en Iran.

Maar de meeste lidstaten van oliekartel OPEC hebben bij nader inzien spijt dat ze zich door Al-Naimi hebben laten overhalen. Want zo’n sterke prijsval hadden ze niet verwacht. Het merendeel baseert zijn begroting op een olieprijs die ver boven de 100 dollar per vat ligt. Maar OPEC verwacht dat de prijs voorlopig zal blijven schommelen tussen 45 en 50 dollar. De vraag is dan ook hoe lang de Saoediërs de druk kunnen weerstaan.

Daarbij komt dat de gevolgen voor Saoedi-Arabië zelf ook zeer ingrijpend zijn. Het land haalt 90 procent van zijn inkomsten uit olie. Dankzij de hoge olieprijs van de afgelopen jaren heeft het 750 miljard aan buitenlandse reserves opgebouwd. Maar sinds de Arabische Lente in 2011 smijt de regering met geld om sociale onrust in eigen land te voorkomen.

Er werd 130 miljard dollar uitgetrokken voor werkloosheidsuitkeringen en huisvesting voor jongeren. De salarissen van ambtenaren werden verhoogd. Koning Salman heeft meteen na zijn aantreden kwistig met geld gestrooid, om de bevolking en de financiële markten gerust te stellen dat hij niet gaat snijden in de uitgaven.

Ook de buitenlandse uitgaven van Saoedi-Arabië drukken zwaar op de begroting. Na de Arabische Lente is het land bevriende monarchieën in Jordanië en Bahrein te hulp geschoten met miljardensubsidies. Datzelfde geldt voor Egypte, dat sinds de coup in 2013 financieel overeind wordt gehouden door de Saoediërs.

Ondanks de lage olieprijs blijft de enorme verzorgingsstaat voorlopig intact. Het laat zien hoe bang het koningshuis is voor sociale onrust. Uit de begroting voor 2015 blijkt dat de uitgaven zelfs iets omhoog gaan. De prognose is dat de inkomsten dalen van 196 miljard euro naar 164 miljard, waardoor er een tekort van 32 miljard ontstaat. De Saoedische regering wil het gat dichten door zijn enorme buitenlandse reserves aan te spreken.

Dat kan Riad wel even volhouden. Maar zijn trouwe Arabische partners binnen OPEC hebben niet allemaal zo’n buffer en beginnen te morren. Neem Oman, dat dit jaar waarschijnlijk een begrotingstekort van 21 procent wacht. Sultan Qaboos reageerde op de Arabische Lente door 50.000 banen te creëren en iedere werkzoekende 386 dollar per maand te geven. Dat valt niet langer vol te houden. Oman zegt inmiddels hardop dat de lage prijs alleen maar nadelen heeft.