Concert

Mijn zoon speelt jazz. Het is de gewoonte om gedurende de nummers geestdriftig te applaudisseren en de bands geven er niet om als je even wat te drinken gaat halen of een praatje maakt.

Maar nu zitten we samen in het Concertgebouw bij de Zesde van Mahler, dus opperste concentratie van het orkest en een muisstil publiek.

Behalve tussen de delen door, dan worden alle ingehouden kriebels met veel kabaal losgehoest. „Als ze dan toch zo’n herrie maken, kunnen ze net zo goed klappen”, is het droge commentaar van mijn zoon.

Peter Laarakker