Bundeling lokale partijen is een recept voor verdeeldheid

Lokale partijen in bijna alle provincies hebben hun krachten gebundeld om samen te kunnen meedoen aan de Statenverkiezingen op 18 maart. Langs deze weg hopen ze ook hun stem luider te laten klinken in Den Haag, doordat de Provinciale Statenleden in mei de Eerste Kamer kiezen.

Daar zijn provinciale partijen al sinds 1995 vertegenwoordigd door de OSF (Onafhankelijke SenaatsFractie) . De basis voor de OSF wordt gevormd door de tot nu toe meest succesvolle provinciale partij in Nederland: de FNP (Fryske Nasjonale Partij). De (linkse) FNP streeft naar meer autonomie voor Friesland en is sinds 1966 in Provinciale Staten vertegenwoordigd (sinds 2011 ook in Gedeputeerde Staten). De partij heeft zitting in 16 van de 24 gemeenteraden en telt 9 wethouders. Hiermee bewandelde de FNP de omgekeerde weg van wat nu in veel provincies gebeurt: lokale partijen proberen samen een provinciale optelsom te zijn.

De OSF verheugt zich op de mogelijke verbreding van haar basis. In de Leeuwarder Courant van 5 januari constateerde voorzitter Van der Bij tevreden: „Op Oerisel nei binne der no yn alle provinsjes regionale partijen”– inmiddels mag hij Overijssel ook meerekenen.

Het is een ontwikkeling die op nationaal niveau van betekenis is, omdat in de Eerste Kamer elke stem doorslaggevend kan zijn.

Vooropgesteld dat de lokale partijen geen strobreed in de weg moet worden gelegd bij hun pogingen om letterlijk een stem op landelijk niveau te krijgen, zijn er toch vraagtekens bij deze ontwikkeling te plaatsen. Het verenigen van tegengestelde belangen – en die zijn er tussen gemeenten onderling, tussen gemeenten en provincies en tussen provincies onderling – lijkt op voorhand een recept om binnen de provinciale en landelijke fracties verdeeldheid te zaaien. De situatie in het noorden illustreert dat. Daar wil de FNP de Friese identiteit versterken, streeft de Partij voor het Noorden naar de vorming van één landsdeel voor Noord-Nederland en keerde de Onafhankelijke Partij Drenthe zich bij de verkiezingen van 2011 tegen het per fusie „verkwanselen” van haar provincie. Al deze partijen behoren tot de OSF.

Lokale partijen zijn ongetwijfeld te verenigen op het standpunt dat er meer rijksgeld naar de gemeenten moet, maar regionale verdeeldheid ligt zeer voor de hand over de opvatting die een aantal van deze partijen ook hebben dat er meer geld van de provincies naar de gemeenten moet worden overgeheveld. De toekomstige senaatsfractie van de OSF zal er een heidens karwei aan hebben om al deze tegenstellingen in haar stemgedrag tot uiting te brengen – als haar dat al wordt toevertrouwd.