Bij de dood van een oude wielergeneratie

Gerrit Voorting (92) afgelopen vrijdag. Henk Faanhof (92) een week geleden. Adri (Jos) Suykerbuyk (85) eergisteren. Sjef Janssen (95) in december. Jan Nolten (84) vorig jaar juli. Oude Nederlandse wielrenners die kort na elkaar het aardse bestaan achter zich hebben gelaten.

Een wielergeneratie sterft uit. Mannen over wie veel te vertellen valt. Wegbereiders van de wielersport in Nederland. Jan Janssen won de Tour de France als eerste Nederlander in 1968 en Joop Zoetemelk deed het hem in 1980 na. Hij was een jongetje van zes jaar en Janssen een tiener toen Nederlandse wielrenners voor het eerst een eindklassement in de Tour wonnen. Dat was het ploegenklassement in 1953. De helden van hun jeugd zorgden daarvoor.

Tot het tiental dat dit succes boekte, in een Tour die door Louison Bobet werd gewonnen, behoorden Gerrit Voorting, evenals zijn broer Adri († 1961). En verder: Jan Nolten, Adri Suykerbuyk, Sjefke Janssen, Thijs Roks († 2007), Wout Wagtmans († 1994), Wim van Est († 2003), Hein van Breenen († 1990) en Henk Steevens. Die was toen de jongste van het stel, dat jaar ook de jongste van alle Tourdeelnemers en is nu op 83-jarige leeftijd nog de laatst levende.

Niet alleen wonnen ze het algemeen ploegenklassement, ze brachten ook vier etappes op hun naam (Gerrit Voorting, Nolten, Van Est en Wagtmans). Gevolg: Nederland leed voor het eerst aan een aangename ziekte. Tourkoorts.

De passie was al aangewakkerd door incidentele successen in de jaren daarvoor. Door de gele trui van Wim van Est in 1951 (ravijn, hart, Pontiac liep nog). Door etappezeges van Nolten en Hans Dekkers († 1984) in 1952. Maar de collectieve overwinning in 1953 deed de thermometer omhoogschieten. Eerst een huldiging in het volgepakte Parc des Princes in Parijs, daarna juichten 40.000 toeschouwers de ploeg in het Olympisch Stadion in Amsterdam toe. De Franse beloning voor het lage land volgde een jaar later: de Tour startte in 1954 in Amsterdam en voor het eerst in de geschiedenis buiten Frankrijk.

Nederland was een wielerland geworden. Dankzij die mannen die hopelijk ergens boven nog eens napraten over de successen die ze ook in 1954 boekten (drie etappezeges en zeven dagen geel). Vergeet niet: wielrennen op de openbare weg was in Nederland jarenlang vrijwel overal verboden. Dat was te gevaarlijk en die blote mannenbenen waren maar onkuis. Stel je voor dat huisvrouwen om die reden hun wastobbe zouden verlaten.

Het was een kleurrijke generatie. Henk Faanhof, Touretappewinnaar in 1954, gezegend met een ijzersterk geheugen en muzikale ambities: op jaarlijkse wielergala’s bracht hij tot op hoge leeftijd gewoontegetrouw My Way ten gehore. Gerrit Voorting, de veelzijdige, viervoudig drager van de gele trui die al in zijn eentje vrouwen achter hun strijktafel kon weglokken. Adri Suykerbuyk, de knecht die in 1954 in de eerste etappe van iedereen even vooruit mocht rijden in de buurt van zijn woonplaats Princenhage. Sjefke Jansen, tweevoudig Nederlands kampioen die al in 1939 deelnam aan de Ronde van Vlaanderen. Vader van de dressuurtrainer die ook Sjef heet, schoonvader van Anky van Grunsven.

Het waren wielrenners die hun roem dankten aan de kranten en de radio. En dus aan de verbeelding. Alleen in de bioscoop waren ze bewegend te zien dankzij Polygoon, dat van de Tour 1953 een documentaire van 53 minuten maakte, tegenwoordig te bekijken op YouTube.

Het was niet eens zo’n hecht team, deze wielrenners die reden om den brode en te maken hadden met een sluwe ploegleider, Kees Pellenaars, die aanzienlijk beter met geld kon omgaan dan zijn renners. Ook met hun geld.

Maar ze maakten wielrennen tot de volkssport die het ook in Nederland is geworden en ze boekten successen in de jaren vijftig waar de Mollema’s van nu jaloers op zouden zijn. En of ze doping gebruikten? Gmbf. Nja. En het mocht toen.