De Correspondent wil minder blank worden

De Correspondent zoekt twee niet-witte redacteuren omdat de redactie van de website niet langer „100 procent wit” wil zijn.  Ophef op Twitter, want dit is positieve discriminatie. Hoe blank zijn Nederlandse redacties? In februari zocht NRC het uit.

De redactie van De Correspondent in Amsterdam Noord. Foto Roger Cremers

Wij zijn bang. Op de kaart van Nederland zijn allemaal plekken verschenen. Onbekend gebied. Daar wonen allochtonen. We grijpen naar de krant en zetten de tv aan om te weten wat er gebeurt.

Maar die weten het ook niet. Het nieuws wordt namelijk voornamelijk gemaakt door autochtone journalisten. Uit onderzoek van deze krant blijkt dat de negen grote nieuwsredacties (zie grafiek) voor 3 procent uit niet-westerse allochtonen bestaan. De redacties hebben nauwelijks etnische diversiteit en zijn daarom niet representatief voor de bevolking: in Nederland is 11,7 procent van niet-westerse afkomst. Een niet-westerse allochtoon is volgens het CBS iemand met minstens één ouder die geboren is in Azië, Latijns-Amerika of Afrika. Exclusief voormalig Nederlands Indië en Japan.

Onbekende werelden verklaren

Hoe erg is die onderpresentatie? Idealiter is de redactie representatief voor de samenleving, zo zeggen alle ondervraagde hoofdredacteuren. Joost Oranje, hoofdredacteur van actualiteitrubriek Nieuwsuur: „Dat geldt niet alleen voor kleur, maar ook voor leeftijd, man-vrouw, sociale achtergrond. Dat werkt door in het aanleveren van onderwerpen, de dagelijkse gedachtegang. Je hebt iets aan de taal die ze spreken, het netwerk dat ze meenemen.”

Niet-westerse allochtonen kunnen relatief onbekende werelden verklaren voor nieuwsredacties. Touria Ahayan, eindredacteur bij Hart van Nederland en zelf van Marokkaanse komaf, zegt over die meerwaarde: „Je kunt als Marokkaanse wat meer uitleg geven, zodat het nieuws meer feiten en minder vooroordelen bevat.” De ondervraagden vinden het ook weer niet wenselijk dat de enkele niet-westerse allochtoon die binnenkomt, ook meteen op ‘allochtonenzaken’ wordt gezet. Dit soort typecasting zou geen recht doen aan de individuele kwaliteiten van die journalist. Oranje van Nieuwsuur: „Je moet een redacteur niet wegens zijn afkomst in een reservaat zetten. Een allochtone journalist kan niet alleen een andere blik op het Midden-Oosten bieden, maar bijvoorbeeld ook op politiek Den Haag.”

Het zou mooi zijn, zo’n afspiegeling, is de teneur. Maar de meeste hoofdredacteuren zien de huidige situatie als onvermijdelijk. Ze zijn ongelukkig met deze telling, ze willen niet op deze manier naar hun redacteuren kijken, zeggen ze. Afkomst speelt geen rol en dat is juist goed. Emile Bode, hoofd verslaggeverij van De Telegraaf, mailt wel een globale telling, maar wil verder niet meedoen: „De afkomst van de journalist maakt ons geen bal uit.”

Veel hoofdredacteuren trekken ook de relatie tussen afkomst en expertise in twijfel. Journalisten moeten zich zo vaak begeven in werelden die ze niet kennen, dus een autochtoon kan ook over moslimzaken berichten. Marcel Gelauff, hoofdredacteur van NOS Nieuws: „We hebben ook geen redacteuren criminaliteit die zelf crimineel zijn geweest. Die kennis en dat netwerk moet je verwerven.” Hoofdredacteur Philippe Remarque van de Volkskrant: „Een krant kan heel wat aandacht aan niet-autochtone Nederlanders geven, ongeacht de afkomst van de redactie.” Marcella Breedeveld, adjunct-hoofdredacteur van NRC: „Wij hebben een hoogblonde redacteur, Sheila Kamerman, die veel weet van moslims, jihadisten, Turken, asielzoekers.”

Maar ja, kleurenblindheid is een blank privilege dat de ongelijkheid in stand houdt, zeggen anderen. Volgens hen heeft de samenstelling van de redactie invloed op de nieuwskeuze. Mark Deuze, hoogleraar mediastudies aan de UvA: „Het liefst zou je mensen willen, die onbekende werelden voor je ontsluiten. De pers bericht over Nederland, namens – voor en door het volk. Dat is zijn democratische taak. Wat blijft er van die ambitie over als je dat alleen doet voor wat rijke hoogopgeleiden?”

Mirjam Prenger, coördinator van de masteropleiding journalistiek van de UvA: „Nieuws is dat wat wij als nieuws herkennen. En we zien veel onderwerpen over het hoofd. Journalistiek zou een permanente discussie op de redactie moeten zijn. Als iedereen op elkaar lijkt, voer je die discussie veel minder. Wanneer je meer mensen om je heen hebt die niet op je lijken, dan vergroot dat je wereldbeeld. Group think is niet goed voor een redactie.”

Bij gebrek aan etnische diversiteit kennen de redacties een monocultuur. Die zou er toe leiden dat de enkele niet-westerse allochtoon die er wel in doordringt, snel weer afhaakt. Breedeveld van NRC: „Het blijven eenlingen.” Hoogleraar Deuze: „De redactiecultuur is ‘af’. Mensen die erbij komen, moeten er naadloos inpassen, of zich razendsnel aanpassen. Afwijkende redacteuren verdwijnen dan weer snel.”

Nauwelijks allochtone studenten

Alle hoofdredacteuren stellen dat het probleem ligt in het aanbod: niet-westers allochtone journalisten komen nauwelijks solliciteren. De Utrechtse school voor de journalistiek en de Amsterdamse masteropleiding bevestigen dat er weinig studenten journalistiek van niet-westerse afkomst zijn. Prenger van de UvA zegt dat één of twee van haar dertig studenten een niet-westerse achtergrond hebben. „Je vindt wel veel studenten met een niet-westerse achtergrond bij rechten en economie. Geef ze eens ongelijk, journalistiek biedt een onzeker arbeidsperspectief.”

De voorkeur voor studies die meer zekerheid bieden, ligt volgens hoogleraar Deuze aan het feit dat de studenten uit een zich emanciperende minderheid komen: „Wanneer je middenklasseouders zeggen: ‘als je maar gelukkig bent, jongen’, kun je voor de journalistiek of een andere alfastudie kiezen. Maar wanneer je ook aan je familie en je omgeving moet denken, neem je je verantwoordelijkheid en kies je voor het bedrijfsleven of de advocatuur.” Bovendien, zegt Deuze: „Waarom zou je de journalistiek in gaan, als je in de pers altijd alleen maar negatief wordt afgeschilderd.”

Hoewel de meeste hoofdredacties het probleem onderkennen, doen ze er niets aan. Omdat ze niet weten wat ze moeten doen. Een quotum voor minderheden, of een voorkeursbeleid, ziet niemand zitten. Remarque van de Volkskrant: „Nee. Kwaliteit blijft het enige criterium. Iedereen werkt hier op grond van haar of zijn journalistieke verdienste, en niet omdat hij of zij een afwijkende huidskleur heeft, of vrouw is of iets dergelijks.”

Prenger probeert haar opleiding meer kleur te geven door te werven bij studies waar wel veel niet-westerse allochtonen zitten. Economie, bijvoorbeeld. Hoogleraar Deuze ziet de oplossing in flexibilisering op redacties – minder werken met vaste krachten: „Werken met een netwerk van binnenlandse correspondenten en freelancers die zich specialiseren; dat is de oplossing.”

Lees de ervaringen van NRC-redacteur Maral Noshad Sharifi:  'Zeker omdat je allochtoon bent'.