‘Alle landen moeten weten waar je veilig kan vliegen’

Mansveld wil VN-databank voor vliegen boven conflictgebied.

Een nieuw internationaal informatiesysteem over de vliegveiligheid boven conflictgebieden, waarin lidstaten van de Verenigde Naties en luchtvaartmaatschappijen waarschuwingen met elkaar delen over de risico’s voor vliegverkeer in het luchtruim van landen, kan mogelijk al dit jaar op touw worden gezet.

Dat zegt staatssecretaris Wilma Mansveld (Infrastructuur, PvdA). Zij pleit namens de Nederlandse regering voor de invoering van zo’n systeem naar aanleiding van de ramp met vlucht MH17 van Malaysia Airlines op 17 juli vorig jaar. Alle 298 inzittenden van het toestel, onder wie 196 Nederlanders, kwamen om toen het in Oost-Oekraïne uit de lucht werd geschoten.

Efficiëntere informatievoorziening over de veiligheidssituatie in het luchtruim van landen zou luchtvaartmaatschappijen beter in staat moeten stellen afwegingen te maken voor hun vluchtplan, meent Mansveld. Een centraal systeem waarin actuele gegevens bij elkaar worden gebracht moet daar binnen afzienbare tijd bij helpen.

„Er wordt gekeken of er zo snel mogelijk, nog dit jaar, een prototype gepresenteerd kan worden van het systeem”, zei Mansveld gisteren in Montreal na gesprekken met vertegenwoordigers van de internationale burgerluchtvaartorganisatie ICAO. Het agentschap van de VN in Montreal zou het nieuwe systeem beheren.

Openbare website

Mansveld was in Montreal om de 191 lidstaten van ICAO op te roepen voorstellen te steunen van een werkgroep die zich heeft gebogen over de risico’s van vliegen over conflictgebieden. De werkgroep, kort na de ramp gevormd, stelt voor gegevens over luchtverkeersveiligheid te verzamelen en te publiceren op een openbare website. Bovendien moeten er richtlijnen komen voor luchtvaartmaatschappijen om de risico’s grondig te analyseren.

„Ik roep alle landen op om op een effectieve manier informatie te delen om de veiligheid van het luchtverkeer te verbeteren”, zei Mansveld bij de opening van een conferentie. Gegevens over sluitingen van het luchtruim en aanbevelingen van nationale overheden aan hun luchtvaartmaatschappijen zouden op die manier „niet langer verspreid zijn over verschillende bronnen, maar bijeengebracht en toegankelijk gemaakt voor alle landen.”

Een van de klachten die na de ramp naar voren zijn gekomen, is dat luchtvaartmaatschappijen, die eindverantwoordelijkheid dragen voor de keuze van hun vliegroutes, maar beperkt in staat zijn veiligheidssituaties in te schatten. In Oost-Oekraïne was het luchtruim wegens het regionale conflict tot bijna 10 kilometer hoogte gesloten. Sommige maatschappijen meden het gebied volledig; andere, waaronder Malaysia Airlines en KLM, vlogen er op grotere hoogte overheen.

Er waren aanwijzingen dat dit onveilig was. Vorige maand werd bekend dat westerse diplomaten op 14 juli 2014, drie dagen voor de ramp, door Oekraïne zijn gewaarschuwd voor de gevaren in het luchtruim van het oosten. Donderdag wordt in de Tweede Kamer gedebatteerd over de vraag waarom die waarschuwing, ondanks de aanwezigheid van een Nederlandse diplomaat bij de briefing, in Nederland niet is doorgegeven aan luchtvaartmaatschappijen.

Informatie delen

Had de ramp met MH17 voorkomen kunnen worden als een centraal informatiesysteem over de risico’s vorig jaar al had bestaan? Dat wil Mansveld niet zeggen. „Ik denk dat het belangrijk is dat we constateren dat we op een andere manier met de informatie om willen gaan, zodat er veel transparanter, toegankelijker en onafhankelijker een beslissing kan worden genomen.”

Volgens de voorzitter van de werkgroep, David McMillan, zijn er nog praktische kwesties die moeten worden uitgewerkt. Zijn alle partijen wel bereid hun informatie te delen? Wat moet er wel en niet in de database? En hoe verhoudt het nieuwe systeem zich tot de traditionele terughoudendheid van ICAO, een neutraal VN-agentschap, om naar landen met de vinger te wijzen?

Wat Mansveld betreft hoeven dergelijke kwesties geen belemmering te vormen. „Laten we eerst het huis bouwen en dan kijken hoe we het inrichten”, stelt ze. „Voor het bouwen van het huis is grote consensus. Ik denk dat de urgentie duidelijk is, dat zie je ook aan steun van landen als het Verenigd Koninkrijk en Japan. Ook Amerika heeft steun voor dit systeem uitgesproken.”

Met haar bezoek aan Montreal wilde de staatssecretaris het belang onderstrepen dat Nederland hecht aan de kwestie. „Op 17 juli 2014 werden 298 mensen het slachtoffer van een conflict waar ze niets mee te maken hadden”, zei ze tegen de conferentie. „Mijn land is ongeduldig. De herinneringen aan vlucht MH17 zijn nog vers. De noodzaak om actie te ondernemen is duidelijk.”