Al die zzp’ers zijn vogelvrij en zonder perspectief

Steeds meer zzp’ers komen er en dat is geen goede ontwikkeling, meent Ronald Pont.

Vermindering van fiscale voordelen voor zelfstandigen zonder personeel (zzp), afschaffing van de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) en voorstellen voor verplichte inkomenszekerheid bij arbeidsongeschiktheid en pensioenopbouw zijn hard nodig, maar gaan er te eenzijdig vanuit dat het groeiende aantal zzp’ers succesvol is en een flinke bijdrage levert aan de Nederlandse economie. Het tegendeel is helaas waar. Overheid en politiek doen er goed aan nu eerst een zorgvuldige stap terug te zetten naar vaststelling van juiste cijfers en het ontwikkelen van gelijke uitgangspunten voor de werkelijke situatie voor verreweg de meeste zzp’ers. Dan zal men erachter komen dat de beeldvorming van vrije vogels die als tijdelijke kracht met een hoog uurtarief hetzelfde werk doen als collega’s in loondienst, haaks staat op het stijgende aantal kwetsbare zelfstandigen dat vaak verborgen werkloos is en onder de armoedegrens valt. CBS-cijfers laten zien dat de toename van het aantal zzp’ers nagenoeg volledig voor rekening komt van 40- tot 65-jarige mannen. Zouden die hun baan hebben opgezegd met vrijheid als belangrijkste motief? Natuurlijk niet, werknemers die na hun ontslag geen werk meer kunnen vinden krijgen van UWV het advies om, desnoods via tijdelijk werk, binding te houden met de arbeidsmarkt. Door te wijzen op belastingvoordelen wordt een lager arbeidsinkomen vergoelijkt, dat zelfs bij lagere tarieven of onvolledige bezetting er nog altijd beter uitziet dan volledig werkloos te zijn. Hun one way ticket naar tijdelijke klussen blijkt in praktijk een vrije val naar sociaal isolement. Voor verreweg de meesten geldt dat zij liever weer werknemer zouden willen zijn, dat zij zich wat werk en inkomenszekerheid betreft vogelvrij voelen en dat zij stevig hebben moeten inleveren op hun inkomen. Voor jongeren tekent zich een vergelijkbaar beeld af. Meer dan de helft ziet zich na mislukte sollicitaties gedwongen om zzp’er te worden en met ondermaatse werkzaamheden het hoofd boven water te houden. De praktijk leert dat deze jongeren zich meer zorgen maken over hun verloren dromen dan over hun lagere inkomen, eventuele arbeidsongeschiktheid of toekomstig pensioen.

Pas over jaren zal blijken hoeveel financiële schade deze zzp-jongeren zichzelf onder druk van marktomstandigheden hebben toegebracht. En dan nog is het maar de vraag of zij een eventueel pensioentekort als zodanig zullen ervaren. Waarom staan overheid, beleidsmakers en politiek niet stil bij de maatschappelijke kosten van deze goed opgeleide jongeren, van wie de economische waarde voor de samenleving verloren dreigt te gaan? Nederland heeft ten opzichte van andere EU-landen een bovenmatige toename van het aandeel zzp’ers binnen de werkzame beroepsbevolking ontwikkeld. Bij ongewijzigd beleid groeit dit door naar ruim twintig procent van de beroepsbevolking in 2020.

Te blijven doen alsof dit allemaal succesvolle werknemers zijn, komt natuurlijk beter uit dan in te gaan op de schrijnende problematiek die speelt aan de verborgen kant van zzp. Hoe mooi zou het zijn als vermindering van verborgen werkloosheid onder schijnzelfstandigen wordt aangepakt door mobilisatie naar de normale arbeidsmarkt te stimuleren.