Zwierige en heldere Brahms

Iván Fischer, die niet de nieuwe chef van het Concertgebouworkest werd, is een autonoom, door velen zelfs als visionair omarmd dirigent. Iemand die originele ideeën omzet in actie, experimenteert met klank en concertformules om de muziek levend te houden. Nadat eerder (2009) al een kraakheldere en met prijzen overladen cd met de Eerste symfonie van Brahms het licht zag, verscheen nu de in 2012 opgenomen uitvoering van Brahms Tweede door Fischer en zijn Budapest Festival Orchestra. In de Tweede houdt Fischer het niveau vast. Tip: beluister eerst de Akademische Festouvertüre en de Tragische Ouverture, amuses die samengebald onthullen waar de kwaliteiten van de Brahms-aanpak van Fischer en het BFO liggen: de hoekige alertheid, gloedvolle maar nergens zware strijkers, helder doorgelichte structuur. In de Tweede leidt het na een architecturaal, gedoseerd opgebouwd Allegro tot een gloeiend Adagio, swingende bassen in het Presto en een ritmisch messcherp Allegretto.