Windhozen in de VS krachtiger door bosbrand

Opzettelijk aangestoken bosbranden in Midden-Amerika versterken de kracht van tornado’s die de VS treffen.

Een van de tientallen tornado’s die op 10 november 2002 ontstondentrekt over de stad Tiffin in de staat Ohio. Foto Allan Detrich / EPA

De rook die vrijkomt bij het platbranden van bossen in Centraal-Amerika verergert de hevigheid van tornado’s in het zuidoosten van de Verenigde Staten. Amerikaanse meteorologen komen tot die conclusie na onderzoek van een van de heftigste tornado-uitbraken in de afgelopen vijftig jaar: die van 27 april 2011. Op die dag veroorzaakten 122 tornado’s de dood van 313 mensen.

Het onderzoek is vorige week geaccepteerd door het tijdschrift Geophysical Research Letters. Het verschijnt binnenkort in druk. Eerste auteur is Pablo Saide van de universiteit van Iowa. Ook ruimtevaartorganisatie NASA werkte er aan mee.

Het onderzoek sluit aan bij eerder werk dat al een verband legde tussen het platbranden van bossen in Centraal-Amerika, om er landbouwgrond van te maken, en de toename van hagel en bliksem in het zuidoosten van de VS.

Zes jaar geleden publiceerden Amerikaanse meteorologen een theoretisch model om de samenhang tussen branden en orkanen te verklaren. Het platbranden van bos in met name het zuidoosten van Mexico gebeurt vaak in de maanden maart tot mei, en zorgt voor een aanvoer van rooklucht. De roetdeeltjes (aerosolen) drijven met warme, vochtige lucht vanuit de Golf van Mexico naar het Amerikaanse vasteland. Daar mengt het met koude lucht, aangevoerd uit de Rocky Mountains. Die menging stimuleert convectie. In de opstijgende warme lucht functioneren de aerosolen als condensatiekernen, waardoor de gemiddelde grootte van de druppels daalt en wolkvorming wordt gestimuleerd. Regen blijft in deze situatie langer uit. Door verdere menging met koude lucht, stroomt de warme lucht sterker opwaarts, neemt de windsnelheid toe en wordt de kans op stormen groter. Naarmate de fijne druppeltjes hoger de atmosfeer in stijgen, groeit de kans op ijsvorming en hagel.

In het nu geaccepteerde onderzoek waren de aerosolen die zich in april 2011 boven de Golf van Mexico bevonden, inderdaad hoofdzakelijk terug te voeren op de verbranding van biomassa in Centraal-Amerika.

De wetenschappers simuleerden vervolgens, in weermodellen voor de VS, de effecten mét en zónder biomassaverbranding. De aanwezigheid van rook zorgde voor snellere veranderingen in de horizontale windsnelheid (shear) op verschillende hoogtes. Ook kwam de onderkant van de wolken lager te liggen, wat al langer in verband wordt gebracht met een hogere kans op tornado’s.

De onderzoekers onderstrepen het belang om de effecten van aerosolen mee te nemen in weersvoorspellingsmodellen.