Volkswijk zet zich af tegen moslimhaat

De wijk Lavapiés in Madrid herbergde enkele terroristen. Maar het klimaat blijft er tolerant. ‘Hier is geen plek voor haat.’

Bewoners in een van de traditionele flats in Lavapiés, gebouwd rondom een binnenplaats. Foto Navia / Agence VU

Tijdens het middageten in restaurant La Alhambra staat steevast het Spaanse nieuws op. Achter de bar kijkt een Marokkaan er hoofdschuddend naar als het over terreuraanslagen door moslims gaat. De Spaanse gasten eten gewoon door van hun couscous. Tot een discussie tussen de ober en de klanten komt het niet. Al is het maar omdat hier in het hart van de Madrileense volkswijk Lavapiés de inwoners één zijn in de afwijzing van het geweld. „Ik kan er helemaal niets mee. En ik begrijp van de daden in Parijs niets”, zegt Alejandro Alocho, een Marokkaanse Berber, die al jaren een leerwinkel in de buurt heeft. „Maar met mijn geloof hebben deze aanslagen niets te maken. Ik geloof niet dat Spanjaarden hier moslims op aan gaan kijken. Dat is in het verleden ook niet gebeurd.”

Met het verleden doelt Alocho op de aanslagen van maart 2004. Destijds kwam Lavapiés wereldwijd in het nieuws als de wijk waarin een groepje Marokkanen woonde dat deel uitmaakte van een terroristisch netwerk dat vier treinen opblies. Daarbij vielen 191 doden. Het was de ergste terreuraanslag ooit in Spanje. Alles wees erop dat Al-Qaeda diepe wortels in de Spaanse hoofdstad had. Zeven verdachten pleegden later in een voorstad van Madrid collectief zelfmoord. Anderen werden later veroordeeld tot lange straffen. Tot represailles leidden de aanslagen niet. In Lavapiés noch in de rest van het land ontstond een antimoslimbeweging.

Sterker nog: vrijwel direct na de aanslagen sloegen de inwoners van Lavapiés de handen ineen en hingen ze overal in de nauwe straatjes posters op met in het Spaans en het Arabisch de tekst: ‘Lavapiés tegen terrorisme’. Lavapiés – wat letterlijk ‘voetenwassen’ betekent – was voorheen de Joodse wijk van Madrid. Nu bestaat de buurt uit een mengelmoes van kunstenaars, Spaanse arbeiders en immigranten uit meer dan vijftig landen. Het is de multiculturele barrio van Madrid, in het centrum van de stad. Moslims vormen in Lavapiés een minderheid tussen de minderheden. In Spanje komen de grootste groepen immigranten uit Zuid-Amerika, Roemenië en Marokko.

Alocho, die uit de Rifstreek van Marokko stamt, heeft naar eigen zeggen geen andere keuze dan zich aan te passen. „Als je wilt overleven, zul je hier toch Spaans moeten spreken”, zegt hij voor de ingang van zijn zaak aan het Nelson Mandelaplein, waar hij een Spaanse klant helpt. „Ik probeer gewoon met hard en eerlijk werken mijn geld te verdienen. Maar niet iedereen zit hetzelfde in elkaar. Tussen alle bevolkingsgroepen heb je de goeden en de slechten. Dat is bij moslims echt niet anders. Dat er destijds Marokkaanse jongens bij de aanslagen betrokken waren die hier uit de buurt kwamen, doet pijn. Zoals de aanslagen in Parijs mij ook pijn doen.”

Op zo’n honderd meter van het plein opent Ali Seck iedere ochtend de rolluiken van moskee Al Huda. Een teken van de Senegalese imam dat de dag in Lavapiés echt kan beginnen. Moslims uit allerlei landen verenigen zich dan in het Marokkaanse gebedshuis. Iedereen is welkom. Voertaal is Spaans. Vrouwen komen achter in het vertrek samen, afgeschermd door een gordijn. „Iedereen respecteert elkaar in deze buurt”, zegt Seck op fluistertoon. „Het is heel slecht wat er in Parijs is gebeurd. We hebben het er hier niet met elkaar over gehad. Hoeft ook niet. Hier is geen plek voor haat.”

Net als elf jaar geleden hangen sinds de aanslag op het Franse tijdschrift Charlie Hebdo opnieuw overal posters in Lavapiés. ‘Samen voor tolerantie’ staat erop. De ‘Beweging tegen de intolerantie’ is initiatiefnemer. Lavapiés kent tal van dit soort groeperingen die namen als ‘Jeugd zonder toekomst’, ‘De alternatieve ruimte’, ‘Antikapitalistisch links’ en ‘SOS Racisme’ dragen. „Racisme wordt door velen hier als dom en platvloers bestempeld. De mensen gaven hier in 2004 ook niet de moslims de schuld”, legt de Spanjaard Guillermo Amo achter de bar van cultureel centrum La Marabunta uit. „Hier in Lavapiés zagen ze eerder het imperialisme als bron van het kwaad.”

Dat Amedy Coulibaly – die in Parijs vijf personen doodde – nog in Madrid blijkt te zijn geweest om zijn familie naar Syrië te sturen, is weer een link met de Spaanse hoofdstad. Maar het leidt ook buiten Lavapiés in Spanje niet of nauwelijks tot verzet tegen moslims of de islam. Op de centrale moskee van Madrid in de wijk Cuatro Caminos is de leus ‘Islam weg uit Europa’ geklad. Daar blijft het zo ongeveer bij. Anders dan in andere Europese landen zijn er geen massale betogingen waarin steun aan de slachtoffers wordt betuigd.

Een eensluidende verklaring voor het uitblijven van een nationale moslimdiscussie is er niet. Wel zijn er veel kleine verschillen met andere Europese landen. In de nog jonge democratie is de immigratiestroom pas laat op gang gekomen. Nu, in tijden van crisis, vertrekken veel buitenlanders weer. Vorig jaar nam het aantal Marokkanen met 45.000 af tot 714.000. Spanje heeft het gezicht altijd gericht op Noord-Afrika. Het land beschikt met Ceuta en Melilla over twee exclaves in Marokko. Dat leidt weliswaar wel eens tot wrijving, maar Spanje en Marokko onderhouden goede banden en trekken sinds kort samen op in de strijd tegen internationaal terrorisme. De vrees bestaat wel dat vanuit Spanje geld wordt doorgesluisd naar de Islamitische Staat.

In het dagelijks leven weegt de economische crisis zwaarder dan het gevaar van moslimgeweld. De crisis heeft velen in Lavapiés extra hard geraakt, maar dat heeft ook tot een nieuwe manier van denken geleid. Mede door talloze corruptieschandalen worden niet zozeer de buitenlanders als zondebokken gezien, maar zijn de heersende politieke partijen de gemeenschappelijke vijand. Ruim een jaar geleden zag in Lavapiés Podemos het levenslicht. Deze politieke partij zou volgens de peilingen nu de grootste van Spanje zijn en is de strijd tegen de gevestigde orde begonnen. De Marokkaan Alocho doet het niets. „Podemos? Ik heb nooit iets met politiek gehad. In Marokko niet en hier niet. Ik ben een gewone man, die hier in Lavapiés een goed mens probeert te zijn.”