Storing treinverkeer werd veroorzaakt door ict-problemen

Foto ANP / Bart Maat

Uitvallende computers en een te zwaar belast back up-systeem. Dat is de oorzaak van alle problemen op het spoor vandaag. Een storing even na 8.00 uur vanochtend legde alle treinverkeer in en rond Utrecht Centraal plat. Vanaf het middaguur zijn treinen weer enigszins gaan rijden, maar de uitval en vertragingen duren voort tot in de avond.

De storing ontstond in de Verkeersleiding Post van spoorbeheerder ProRail in Utrecht, waar ook de storing van 22 januari begon. Wim Knopperts, waarnemend directeur Operatie en verantwoordelijk voor de ict van ProRail, zegt:

“Om 8.15 uur vielen de computers van de Verkeersleiding Post in Utrecht uit door een probleem met de stroom. Dat heeft twintig minuten geduurd. Het back up-systeem nam het automatisch over, maar werkte te traag. Er ging te veel verkeer heen en weer tussen het eerste en tweede systeem. Halverwege de ochtend functioneerde het systeem zodanig dat de verkeersleiding er mee kon werken. Rond het middaguur zijn treinen gaan rijden.”

Heeft ProRail de ict wel op orde?

Op 22 januari was er ook een storing in dezelfde Verkeersleiding Post. Maar die storing had een andere oorzaak, zegt Knopperts. “Het gaat om twee verschillende dingen. Op 22 januari ging het om het netwerk, vandaag ging het om de stroomvoorziening.”

Toch gaat het in beide gevallen om een ict-probleem. Heeft ProRail de ict wel op orde? ”Zeker”, zegt Knopperts:

“Tien jaar geleden hebben we dit dubbele systeem opgezet, mede op verzoek van de politiek. Het is state of the art materiaal, ondergebracht in een professioneel datacenter, apart van de verkeersleiding. Maar het systeem is kennelijk niet goed berekend op de enorme hoeveelheid data die in zo’n situatie heen en weer worden gestuurd. Ze gaan data wegschrijven, elkaar informeren, dat werd te veel.”

Knopperts noemt de verstandhouding tussen ProRail en de NS “heel goed”, ondanks de storing waardoor vandaag urenlang diverse treinen rond Utrecht uitvielen. “We hebben een intensieve samenwerking. Natuurlijk is iedereen vandaag strontchagrijnig, maar op elkaar foeteren helpt niet. We moeten samenwerken, en dat gaat nu veel beter dan een paar jaar geleden.”