Staatsloterij blijft misleiding

Strikt genomen is misleiding de kerntaak van de Staatsloterij. De vraag is alleen hoe ver je daarin mag gaan. De consument wil nu eenmaal de illusie hebben dat een lot dat hem multimiljonair maakt voor het grijpen ligt. De Hoge Raad stelde in een arrest van vrijdag daaraan toch paal en perk. De Staatsloterij had de winkans veel te rooskleurig voorgesteld. Tussen 2000 en 2007 gaf de Staatsloterij een opvallend scheve voorstelling van zaken. De reclamemededeling van destijds, ‘Elke maand 20 winnaars’, bleek een leugen – in werkelijkheid waren er maar vier echte winnaars. De overige zestien prijzen vielen op onverkochte loten en werden dus niet uitgekeerd.

Je moet wel behoorlijk brutaal zijn om niet uitgekeerde prijzen op niet verkochte loten toch als ‘winnaar’ aan te duiden. De misstand werd onthuld door het Tros tv-programma Radar. En daarna opgepakt door een advocatenkantoor dat namens consumenten tegen een commissie van 15 procent een jarenlange rechtstrijd aanging.

Sindsdien heeft het kansspelbedrijf zijn leven gebeterd. De winnende loten zijn sinds 2008 altijd verkochte loten aan echte, reëel bestaande consumenten. De ‘spookwinnaars’ zijn afgeschaft. Intussen heeft de Staatsloterij zes jaar lang voor de rechter volgehouden dat zij correct heeft gehandeld. Ook nu ze de zaak definitief heeft verloren, wilde directeur Steenis in het NOS Journaal van vrijdag zijn ongelijk niet echt erkennen. Hij betwijfelde „of er ook schade is geleden” door de burger en praatte de handelwijze van de Staatsloterij goed met de woorden „nogmaals, het is een loterij”.

Dat is een waarheid als een koe. De rechtspsycholoog W.A. Wagenaar omschreef de Staatsloterij ooit als een ondermaatse wisselautomaat: een kans van één op twee dat je tenminste iets terugkrijgt. Bij de rechter hield de Staatsloterij de afgelopen zes jaar vol dat de mededeling ‘20 winnaars’ van grote prijzen per maand neerkomt op een minuscuul kleine kans van 0,0000066 procent. Terwijl ‘vier winnaars’ van grote prijzen per maand eveneens een minimale kans oplevert, namelijk van 0,000000953 procent. Oftewel het verschil tussen nauwelijks kans en vrijwel geen kans. Dus waar hebben we het eigenlijk over? Kun je dan wel van ‘schade’ spreken? Staatsloten, het is dus boerenbedrog en het blijft boerenbedrog, zo betoogde Steenis feitelijk voor de rechter en in het journaal.

Kennelijk maakt het exploiteren van de goedgelovigheid van consumenten en hun onvermogen om kansen realistisch in te schatten, cynisch en amoreel. Intussen verkocht dit staatsbedrijf aan goedgelovige burgers jarenlang kletspraat en verdiende daar goed geld mee. Waarom blijft zo’n bedrijf hooghartig volhouden, erkent het niet de misstap en komt het niet spontaan met een nette regeling?