Soleren tegen boze buitenwereld

De enige Australische Tourwinnaar heeft afscheid genomen als wielrenner.

Cadel Evans in 2010 bij de ploegen-presentatie voor de Giro d’Italia in de Amsterdamse Beurs van Berlage. Foto Olivier Middendorp / WFA

Om acht uur ’s ochtends neemt Cadel Evans plaats achter een stapel dampende pannenkoeken in de verder lege ontbijtzaal van hotel Kenya, op 2.300 meter hoogte in een uitgestorven gehuchtje in de Sierra Nevada. Nee, interviews ging hij niet geven, had hij de vorige avond al vriendelijk gemeld. In zijn voorbereiding op de Tour de France telt slechts één ding: de fiets. Na het ontbijt rijdt hij om negen uur weg, in zijn eentje, met een auto van de mecanicien achter zich aan. Pas om even over vijf draait de eenzame fietser de oprijlaan van het hotel weer op. Just another day at the office, eind mei 2012. Precies zoals het Down Under ooit begon.

In 1977 geboren in Katherine, een stadje in het lege Noordelijk Territorium van Australië, op tachtig kilometer van de Barunga-Aboriginals. Als jochie altijd alleen er op uit op zijn fietsje, vertelde moeder Helen Cocks onlangs in het wielerblad Procycling. „Cadel had uitzonderlijke fysieke capaciteiten.” In 1986, na de scheiding van zijn ouders, verhuisde hij naar New South Wales en even later naar Melbourne. Altijd zijn fiets mee. Hij groeide uit tot wereldtopper op de mountainbike en later op de weg, werd in 2011 de eerste Australische Tourwinnaar ooit.

En nam gisteren na twintig seizoenen afscheid als wielrenner in de Cadel Evans Great Ocean Road Race, langs zijn huis in Barwon Heads, Victoria. „Whoa”, twitterde hij na zijn vijfde plaats, vlak achter winnaar Gianni Meersman. „Dat was een zware maar ongelofelijke dag. Bedankt iedereen!” De tranen, waar hij vooraf nog zo bang voor was, bleven uit.

Na Gerrie Knetemann weenden weinig wielerprofs ontroerender dan Evans. Van vreugde, na het behalen van de wereldtitel op de weg in Mendrisio 2009. Van verdriet, toen hij in de Tour van 2010 met een gebroken elleboog de gele trui had verloren na een lange lijdensweg in de Alpen. En vooral bij de diepste emotie die hij voelde bij de persconferentie in Grenoble, toen hij zich na de slottijdrit zeker wist van de Tourzege 2011. „Als hij me hier eens kon zien zitten”, sprak hij met gebroken stem over zijn trainer en vertrouwensman Aldo Sassi, die een paar maanden eerder aan kanker was gestorven. „Sassi geloofde heilig in mij. Hij geloofde meer in mij dan ik in mezelf geloofde.”

Ruwe diamant

De beroemde Italiaanse trainer van de Mapei-ploeg ving de ruwe diamant op, toen die via het Australian Institute of Sport in Europa wilde slagen als wegrenner. De jongste winnaar van de wereldbeker mountainbike (1998 en ’99) brak stormachtig door in de Giro van 2002, waarin hij pas op de laatste berg de roze leiderstrui verspeelde. Een inzinking, nou en? Dat had Evans wel vaker gehad als hij in zijn eentje lange tochten maakte. Maar nu keek de hele wielerwereld mee, veel meer dan in het kleine mountainbike. Hij was een opkomende ster, stond vanaf nu volop in de belangstelling. Of hij wilde of niet.

Verlegen, introvert, sommigen noemden binnen zijn vorige ploeg Lotto noemden hem zelfs licht autistisch. „Als dingen fout gaan, word ik nerveus”, analyseerde hij zelf in de Tour van 2011. Altijd weer die anekdote uit de Tour 2008, toen een verslaggever te dicht bij zijn hondje Molly kwam. ‘Don’t stand on my dog or I’ll cut your head off’, bitste hij met hoge stem. Het was ook om gek van te worden, de Tour in 2007 verliezen met 23 en een jaar later met 58 luttele tellen. Of de Vueltawinst verspelen in 2009 omdat concurrenten Valverde en Basso direct geniepig demarreren als hij lek rijdt. Boem, kopstoot voor Gesink, die irritant in zijn weg sprint.

Boze buitenwereld

Tegenover de boze buitenwereld vormde Evans een hechte binnenwereld. Zijn eerste trainer Damien Grundy, die hem in 1993 ontdekte bij een mountainbikewedstrijd in de Australische Alpen, kijkt tot op de dag van zijn laatste koers altijd over zijn schouder mee. ‘Altijd een plan maken om te winnen’, leerde Evans van Grundy. Als gevierd kopman bij de Belgische wielerploeg Lotto was hij onafscheidelijk met soigneur David Bombeke. Echtgenote Chiara en geadopteerde zoon Robel zijn nooit ver. Hun Europese thuis in het Zwitserse Stabio ligt om de hoek bij het trainingscentrum van Mapei in het Italiaanse Castellanza.

„Toen ik Cadel voor het eerst testte in mijn laboratorium wist ik meteen dat hij een grote ronde kon winnen”, sprak steun en toeverlaat Sassi in 2010. Dat het zolang duurde weet de Italiaan aan het dopegebruik, dat tijdens de hoogtijdagen van Evans welig tierde. De 1.74 meter lange en 68 kilo lichte ronderenner sprak zich soms stevig uit tegen doping, en kwam zelf nooit in opspraak. Toen het biomedisch paspoort voor normalere verhoudingen zorgde in het peloton, sloeg Evans in de Tour van 2011 toe. Onvergetelijk, hoe hij met doodsverachting achter Contador aan joeg in de afdaling naar Gap. Nog indrukwekkender zijn eenzame achtervolging op Andy Schleck naar de top van de Galibier. In zijn eentje hard fietsen, wie kon dat langer volhouden dan hij?

Wieltjeszuiger, werd de oudste na- oorlogse Tourwinnaar soms genoemd. Joop Zoetemelk weet er alles van. Geen winnaar? Buiten Tour en WK won Evans de Waalse Pijl, talloze kleinere rondes, en stond hij vijf keer op het podium in een grote ronde. In de Tour Down Under eindigde hij vorige week nog als derde, in dienst van zijn land- en ploeggenoot Rohan Dennis, die won. „Ik verlaat de wielersport zoals ik dat heb gewenst”, sprak hij. Voor „fame and fortune” reed de meest succesvolle renner van Australië naar eigen zeggen niet.

Evans kijkt nu al uit naar een rustig tochtje, alleen of desnoods samen met zijn zoon.