Column

Laten we de normalen in de gaten houden

Mocht ik ooit in het nieuws terechtkomen als Simone van S., dan hoop ik niet dat buren of oud-klasgenoten mij als een ‘hele normale meid’ omschrijven. Liever heb ik dat ze zeggen dat er altijd al iets opvallends aan me was; dat het ze eigenlijk niets verbaasde dat ik ineens in beeld verscheen. (Nog even daargelaten dat de NOS met het uitzenden van het speculatief gekrakeel van Tarik Z.’s buurtgenoten eigenlijk iedereen uitnodigt om een alternatieve tien minuten zendtijd voor vage ‘grote wereldzaken’ te eisen.)

Alleen zij die standaard van de norm afwijken – gehandicapten, transgenders, wijnvlekeigenaren – willen dolgraag normaal zijn. De rest doet zijn best om niet bij de rest te horen. Want er is hulp voor gekken en gedeprimeerden. Er zijn extra’s voor achterblijvers en hoogbegaafden, rugzakjes staan klaar voor autisten en ADHD’ers, maar de normalen? Hun potje is onzichtbaar.

In Birdman, de nieuwe film van regisseur Alejandro González Iñárritu, probeert de roembeluste Riggan Thomson een voorstelling op Broadway te krijgen. Jaren eerder speelde hij mee in een sensationele actiefilm, maar inmiddels is zijn sterrenstatus vervaagd. In de hoop nieuwe toeschouwers te werven, zet hij het korte verhaal ‘What We Talk About When We Talk About Love’ van Raymond Carver op toneel. In het oorspronkelijke verhaal van Carver wordt bediscussieerd wat liefde is. Eén van de personages, een arts, vertelt over een verongelukt bejaard stel. Ze leven nog, maar de man zit helemaal ingepakt in verband en gips en fluistert de dokter toe dat hij doodongelukkig is, omdat hij zijn nek niet kan draaien en zijn vrouw niet kan zien. Die focus is liefde. Maar één blik is geen blik voor Thomson; hij wil een juichend massapubliek. Je kunt weken repeteren voor een toneelstuk of je kunt gewoon in je nakie op Broadway gaan lopen: het is gemakkelijk te raden hoe je het meest besproken, gedeeld en geliked wordt.

Aandachttrekkerij is een draaideurfenomeen; kans op recidive is geeneens een vraag: omdat er steeds zoveel is dat de aandacht vraagt, blijft de aandachtzoeker altijd bezig. Bovendien rust het ego niet op lauweren.

Toch lukt het soms ook om op minder destructieve wijze in de belangstelling te komen.

Het YouTube-filmpje waarin tiener Nathan Leach en zijn zusje Eva het liedje ‘Hero’ zingen, werd miljoenen keren bekeken. Ze zitten in de huiskamer, een uitpuilende wasmand op de achtergrond, de afwas op het aanrecht, een pot vitaminepillen weggemoffeld in de vensterbank – het beloofde dagelijks gebruik vergeten. Het normale is niet weggestopt en juist dat is charmant. De formule van succes op YouTube luidt: ‘talent + het gewone’ of ‘prut + het extreme’. Op de een of andere manier moeten er altijd twee uitersten samengaan. Daar tussenin zit ook nog iets. Laten we de normalen in de gaten houden.