Op een toonladder rollen de appels van de kasteeltrap af

Zodra de film Firebird op een groot scherm boven het orkest start, gebeurt er iets interessants: de muziek is meteen ondergeschikt aan het beeld. En dat is even wennen, want in zekere zin wordt Stravinsky’s fraaie impressionistische compositie De Vuurvogel hierdoor veredelde filmmuziek. Door het openingsshot waarin we een nog onbekend iemand die een kasteel binnengaat van achteren zien, klinken de mysterieuze openingsmaten opeens als muziek voor een thriller. En als de vrouw van de boze tovenaar Kastsjei (Gijs Scholten van Aschat) in het kraambed sterft, klinkt er net een warme strijkerspassage, wat de scène een extra emotionele lading geeft. Soms doet regisseur Lucas van Woerkum in zijn verfilming van Stravinsky’s Russische volkssprookje te veel aan ‘Mickey Mousing’, waarbij het beeld de muziek exact één op één volgt. Precies op het moment dat de houtblazers een dalende notenreeks spelen, zien we bijvoorbeeld wat appels van de kasteeltrap rollen.

Van Woerkum koos er voor vrijwel elke scène een slowmotion-effect te geven, wat zijn film niet alleen een beetje kitscherig en eenvormig maakt maar ook in narratief opzicht verwarrend werkt. Als het de ontluikende liefde tussen de vuurvogel (Hannah Hoekstra) en de prins (Willem Voogd, vooral bekend als ‘Mees Kees’) bekrachtigt, is zo’n vertraging functioneel, maar waarom dan ook in de rest van de film?

Dat Van Woerkum met zijn computer, waarmee hij het beeld live kan bewerken, links in het orkest plaatsneemt, is stiekem wat ijdel. Dat kan hij ook best van achterin de zaal doen.