Oostfrontstrijder gaf presidentschap aanzien

Richard von Weizsäcker (1920-2015)

Duitse bondspresident

Drukte de Duitsers met hun neus op het oorlogsverleden.

Toen Richard von Weizsäcker, die zaterdag op 94-jarige leeftijd overleed, in 1989 voor een tweede ambtstermijn werd gekozen tot president van West-Duitsland, was er geen tegenkandidaat. Dat was nooit eerder voorgekomen, en is ook daarna niet meer gebeurd. Het zegt iets over zijn status. Hij was de ongekroonde koning van Duitsland.

Freiherr (baron) von Weizsäcker, was een charismatische intellectueel die zijn ceremoniële ambt groot aanzien gaf, een charmante CDU-politicus met voldoende distantie om boven de partijen te staan.

Zijn toespraak in 1985, veertig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog, staat veel Duitsers in het geheugen gegrift. Terwijl de oude generatie het oorlogsverleden nog amper onder ogen durfde te zien, noemde Von Weizsäcker 8 mei 1945 een ‘dag van de bevrijding’. Zeker, zei hij, ieder land maakt vuile handen in een oorlog. Maar de Jodenvervolging kent haar weerga in de geschiedenis niet.

Richard von Weizsäcker werd geboren in de Weimarrepubliek, vocht als infanterist in de Wehrmacht – vanaf de aanval op Polen tot het beleg van Leningrad. Hij maakte carrière in de West-Duitse bondsrepubliek en was de eerste president van het ongedeelde naoorlogse Duitsland. Een leven in Vier Zeiten, zoals hij zijn memoires noemde.

Van die vier periodes heeft de oorlog hem het meest getekend. Op de tweede dag van de aanval op Polen verloor hij zijn broer Heinrich, die een paar honderd meter verderop vocht. Hij heeft hem begraven.

In zijn regiment raakte Von Weizsäcker bevriend met twee officieren die met Claus Graf von Stauffenberg een aanslag op Hitler wilden plegen. Hij wist van hun plannen, deed niet mee, maar verried hen niet. Na de oorlog onderbrak hij zijn rechtenstudie in Göttingen om als assistent-advocaat zijn vader te verdedigen tijdens de processen van Neurenberg.

Diplomaat Ernst von Weizsäcker werd veroordeeld tot zeven jaar celstraf voor zijn steun aan het naziregime – hij tekende als staatssecretaris van Buitenlandse Zaken onder andere het bevel om Joden uit Nederland, België en Frankrijk te halen voor de Arbeitseinsatz. Hij kreeg na anderhalf jaar amnestie, en heeft altijd ontkend iets geweten te hebben van wat er in de concentratiekampen gebeurde. Voor zoon Richard bleef het een pijnlijk thema. In zijn toespraak in 1985 plaatste hij vraagtekens bij de bewering van veel landgenoten dat ze niets van de jodenvervolging hadden geweten. Wie het wilde zien, kon het weten.

Als politicus – hij werd in 1954 lid van de christen-democraten, in 1969 voor het eerst gekozen in de Bondsdag en in 1981 burgemeester van West-Berlijn – was hij de tegenpool van zijn partijgenoot Helmut Kohl. Dat bleek in de laatste fase van zijn presidentschap. Kohl werd de ‘kanselier van de Duitse eenheid’, maar niemand noemde Von Weizsäcker de president van de eenheid.

Toen Gorbatsjov Rusland een menselijker gezicht gaf, was het voor Von Weizsäcker een reden om na te denken over een nieuwe Ostpolitik. Zijn waarschuwing dat het Oosten en Westen niet moeten ‘samenwoekeren’, ging verloren in het rumoer waarmee machtspoliticus Kohl de DDR incorporeerde in het nieuwe Duitsland.