Column

Mathieu

Met grote passen door de modder. Weer op weg naar de steile treden op het parcours van Tábor. Daar ging Mathieu van der Poel; tijdens het rennen tilde hij zijn fiets op en stak zijn arm door het frame.

De fiets en de renner als liefdespaar.

Zo geef je je meisje een arm.

Het frame mocht even uitrusten op de schouder van Mathieu. Hij legde de dikste buis aan zijn oor en luisterde naar het geluid van binnen. Zo droeg hij zijn fiets over de hoge drempels van de Tsjechische heuvel. Krachtig en gracieus.

Met zwarte sproeten in het bleke gezicht kwam Mathieu aan bij de finish. Als 20-jarige werd de jongste wereldkampioen veldrijden ooit. In de laatste meters kneep hij de ogen toe, als was het om er tranen uit te persen. Ze verschenen niet. Mathieu heeft nog te weinig verloren in de sport en het leven om te snikken bij winst.

Wat een onbedorven jongenshoofd zag ik verschijnen na het washandje.

Tijdens het Wilhelmus moet Mathieu aan vader Adrie gedacht hebben. De tanigste aller wielrenners behaalde decennia eerder vier keer wk-zilver in het veld voordat het uiteindelijk wel een keer lukte. Zoonlief deed hij in één keer goed.

Adrie stond een eind verderop. Hij was niet bij het feestvieren op en rond het erepodium. Adrie was nog aan het werk bij de vrachtwagen. Spullen en fietsen inladen.

Tijdens de wedstrijd had hij zich als coach geconcentreerd op het schoonmaken en afstellen van de fietsen van zijn zoon. Tien keer passeerde Mathieu zijn vader. Tien keer zag Adrie dat het goed ging. Wat moest hij nog naar hem roepen? Zijn zoon reed alleen op kop. Zijn Mathieu werd verdomme wereldkampioen.

Minuten na de huldiging werd vader Adrie gevonden. Hij hoorde van de fles champagne voor zijn zoon. Een slokje? Op het uitgebeende gezicht van Adrie verscheen een grijns: „Als ik met de vrachtwagen ben, drink ik niet.”

Soberheid, dat is wat vader en zoon Van der Poel zo siert. Adrie vertelde dat Mathieu al vanaf zijn vierde jaar fietst. Zijn zoon is net als hij verliefd op het vak van wielrenner. Adrie: „Voor Mathieu is het hier een speeltuin.”

Het parcours van Tábor lag er na het kampioenschap verlaten bij. Het werd al donker. Diepe sporen in de vette modder als herinnering aan de wedstrijd. Als je ze zou volgen, kwam er geen einde aan. Het zei me iets over de manische trainingsarbeid van een veldrijder.

Iedere dag opnieuw kilometers rijden op onverharde paden. Laat dat werk maar over aan vader Adrie en zoon Mathieu.

Nooit klaar met hun geliefde fiets.