Lokalen samen tegen oude macht

Lokale partijen bundelen de krachten om hun invloed te vergroten in provincies en Eerste Kamer.

Zeker 150 lokale partijen hebben hun krachten gebundeld om hun brede electorale steun om te kunnen zetten in politieke macht in het provinciehuis en in de Eerste Kamer. In aanloop naar de Provinciale Statenverkiezingen van 18 maart heeft een op de zes lokale partijen zich hiertoe aangesloten bij nieuwe provinciale bewegingen. Dit blijkt uit een inventarisatie van deze krant.

Met deze bundeling doen de lokalen voor het eerst een serieuze gooi naar provinciale en – via de getrapte verkiezing van de Eerste Kamer – ook landelijke invloed. De Onafhankelijke Senaats Fractie, de partij die ‘onafhankelijke, provinciale partijen’ nu met één zetel in de Eerste Kamer vertegenwoordigt, ziet groeikansen. Een inbraak van de lokalen in de senaat kan de problemen van het kabinet vergroten. Coalitiepartijen PvdA en VVD hebben hier nu al geen meerderheid.

Lokale partijen behaalden bij de gemeenteraadsverkiezingen van vorig jaar bijna 30 procent van de stemmen. Dat was meer dan ooit tevoren, en twee keer zoveel als de grootste landelijke partij op lokaal niveau, het CDA. Maar in provinciehuis en senaat bezetten landelijke partijen nog altijd meer dan 98 procent van de zetels.

Dit frustreert de lokalen. Door samen op te trekken hopen ze sterker te staan. Ze vormen bewegingen in 11 van de 12 provincies – Friesland uitgezonderd. Van Groninger Belang (verenigt 16 lokale partijen) tot Lokaal Overijssel (19 partijen) en Lokaal Brabant (40 partijen).

Groninger Belang verenigt 80 procent van alle lokale Groningse partijen. „Een samenwerking op deze schaal is nu al historisch binnen onze provincie”, staat op de website. De lokale partijen zullen namens de provinciale beweging campagne voeren in hun eigen gemeente, bij kiezers die hen kennen.

Bert Euser, raadslid van Echt voor Albrandswaard, is een van de oprichters van de politieke denktank Nederland Lokaal, die de krachtenbundeling heeft gestimuleerd. Volgens Euser ergeren lokale partijen zich steeds meer aan de overmacht van provinciale en landelijke politiek. „De provincie gaat over het onderhoud van wegen. Over windmolens. Steeds meer gemeenten zeggen: geef ons die taken maar.”

Dit zelfbewustzijn is volgens hem niet alleen een gevolg van het succes bij de raadsverkiezingen, maar ook van de decentralisatie naar gemeenten van taken als jeugd- en ouderenzorg. Euser: „De gedachte wint terrein dat de gemeente niet de derde overheid is, maar de eerste.”

Bij veel nieuw opgerichte partijen klinken klachten over provincie en rijk. Ze zouden gemeenten niet serieus nemen, fusies doordrukken waarvoor geen draagvlak is, niet overleggen over nieuwe woonwijken, en zorgtaken decentraliseren met onvoldoende budget. „De provincie is een ouderwets machtsbolwerk”, zegt Douwe Oosterveen, secretaris van de nieuwe Drentse partij Sterk Lokaal. „Dit mag niet en dat mag niet. We moeten daar voet aan de grond krijgen.”

Maar campagnevoeren namens twintig of dertig vaak zeer verschillende partijen is ook lastig. De ene partij is pro-milieu, de andere anti-windmolen. Een Statenlid zou straks namens hen allemaal moeten gaan stemmen. „Dat kan weleens spannend worden”, zegt Marcel Boogers, hoogleraar regionaal bestuur aan de Universiteit Twente. „Helemaal als zo’n Statenlid vooral gesteund wordt door kiezers uit één gemeente. Zeg dan maar eens ja tegen een infrastructureel project dat juist in jouw gemeente omstreden is.” Maar, zegt Boogers: „Onoverkomelijk is het niet. Politiek is altijd een uitruil van belangen. Het alternatief is dat de lokalen helemaal niet meepraten in het provinciehuis.”