Leidt hoerenlopen strafbaar stellen tot minder mensenhandel?

Wordt mensenhandel echt minder als hoerenlopers weten of vermoeden dat de prostituee er slachtoffer van is? In de nieuwe rubriek ‘Mensenkenners’ Gronings hoogleraar sociale psychologie Tom Postmes: “Hoerenlopers criminaliseren is het laatste dat ik zou adviseren”.

Wordt mensenhandel echt minder als hoerenlopers ‘weten of redelijkerwijs moeten vermoeden’ dat de prostituee er slachtoffer van is? In de rubriek Mensenkenners Gronings hoogleraar sociale psychologie Tom Postmes: “Hoerenlopers criminaliseren is het laatste dat ik zou adviseren”. 

De Tweede Kamer maakt zich zorgen over mensenhandel van prostituees. Kamerleden Segers (CU), Rebel (PvdA) en Kooiman (SP) stellen in een initiatiefwet dat hoerenlopers strafbaar moeten zijn als ze “weten of redelijkerwijs moeten vermoeden” dat een prostituee slachtoffer is. Als het voorstel wordt aangenomen zien een maximale gevangenisstraf tegemoet van 4 jaar. Dit zou volgens de drie bedenkers een “normatieve werking” hebben.

Gaat dit werken?

Ik ben geen jurist en het is voor mij de eerste keer dat ik zo’n wetsvoorstel bestudeer. Het voorstel zelf bestaat slechts uit enkele zinnen. Ze maken duidelijk onder welke omstandigheden hoerenlopers straf kunnen krijgen en hoeveel. Verder niets. Maar bij het voorstel zit ook een “memorie van toelichting.” Ik verwachtte dat zo’n toelichting uitlegt waarom deze wet effect zal hebben: als we X doen neemt probleem Y af. Ik lees het aandachtig door, maar zo’n redenering vind ik niet terug.

De toelichting legt allerlei andere dingen uitgebreid uit: belangrijke instanties adviseren Nederland dit probleem stevig ter hand te nemen. Mensenhandel is een groot probleem dat urgent moet aangepakt. De huidige wetgeving regelt dit nog niet. Maar het blijft gissen waarom dit plan effectief zou zijn. Politiek is dat misschien wel handig: er staan weinig argumenten waar je het mee oneens kan zijn. Maar zonder enig idee te hebben van het verwachte effect kun je niet uitsluiten dat we het probleem verergeren.

Ik ontdek slechts een passage waarin de mogelijke effecten van de wet terloops worden genoemd. De strafbaarstelling zou een “normatieve werking” hebben. De indieners suggereren dat zo’n wet ertoe leidt dat hoerenlopers zich realiseren dat “de maatschappij” mensenhandel niet tolereert, dat ze zich bewust worden van het probleem en dat zij misstanden gaan melden.

 Wanneer hebben sociale normen effect?

Omdat er geen onderzoek naar normen onder prostituanten is ga ik af op mijn kennis over de werking van normen in andere situaties. Sociale normen hebben in veel situaties een redelijk sterke invloed op gedrag. Maar de omstandigheden waaronder dat zo is lijken weinig op de situatie waarin hoerenlopers zich bevinden. Hoerenlopers blijven het liefst anoniem, opereren doorgaans alleen en identificeren zich vermoedelijk niet sterk met degenen die deze norm uitdragen (politie en overheid, de ‘maatschappij’) als zij hun daad plegen. De situatie waarin ze hun mogelijke misdrijf begaan is er een waarin ze te maken hebben met sociale normen van een  belangrijke ander: de prostituée zelf. Ik vermoed dat het normatieve effect van deze wet beperkt zal zijn.

Mijn aarzeling slaat om in verbazing als ik lees dat strafbaarheid leidt tot betere melding van misstanden. Ik stel me voor hoe dat in de praktijk werkt. In het bordeel vertelt een prostituée aan een klant dat zij onder dwang naar Nederland is gehaald. Tijdens het bezoek aan een raamprostitue ziet een klant een man die hij ervan verdenkt een pooier te zijn. In dit soort situaties moeten klanten hun broek ophijsen of jurk schikken en zich naar de politie spoeden. Ik verwacht eerder het omgekeerde effect: klanten zullen de politie mijden omdat ze zich zorgen maken als verdachte te worden aangemerkt. Ik kan me goed voorstellen dat dit wetsvoorstel prostitutiebezoek iets reduceert, maar het lijkt me uiterst onwaarschijnlijk dat het leidt tot betere signalering van misstanden.

Hoe herkent een klant dwang bij de prostituee?

Het dilemma voor klanten zit deels in de definitie van mensenhandel die de wet hanteert. Je bent volgens de wet een mensenhandelaar als je iemand ‘aanwerft, medeneemt of ontvoert’ om als prostitue te werken. De klant moet dus niet alleen herkennen of dames onder dwang werken, maar ook of iemand ze heeft benaderd om dit werk te doen, of iemand anders dan zijzelf hun reis naar Nederland hebben betaald. Hoe herken je dat als klant?

De onmogelijkheid om betrouwbare signalen waar te nemen blijkt indirect uit onderzoek. De indieners van het wetsvoorstel schatten ‘dat 55% van de prostitué(e)s slachtoffer van seksuele uitbuiting is.’ Maar dat is slechts een studie. Asha ten Broeke somt voor de Volkskrant (24-01-15) de resultaten van de zeven andere op. De schattingen lopen uiteen van 8% tot 95%, afhankelijk van de gehanteerde methode en definitie van mensenhandel. De laagste cijfers zijn gebaseerd op onderzoek onder prostituees, de hoogste zijn gebaseerd op schattingen van politie.

Niemand ontkent het bestaan van dit probleem. Maar dat de omvang ervan niet goed kan worden geschat lijkt me een groot probleem voor dit wetsvoorstel. De schattingen lopen uiteen omdat aan de buitenkant geen zichtbare tekenen zijn van mensenhandel en uitbuiting. Zelfs als experts gericht op zoek gaan naar dergelijke tekenen van mensenhandel, concluderen ze de meest uiteenlopende dingen. Sommigen menen oprecht dat het hier om een kleine minderheid gaat. Anderen denken dat zowat alle prostituees slachtoffer zijn van mensenhandel. Als je die laatste gelooft dan zijn er dus bij ieder prostitueebezoek redelijke vermoedens van een misdrijf. Vanuit die visie worden, door dit wetsvoorstel, alle klanten strafbaar.

 Wanneer ontstaat normverandering?

Meer algemeen is mijn ervaring dat normverandering niet ontstaat door beloning en straf alleen. Het veranderen van sociale normen is een proces waarin samenwerken voordelen biedt. Normen veranderen ook als je de omgeving zo inricht dat positief gedrag wordt gestimuleerd. Hoerenlopers criminaliseren is het laatste dat ik zou adviseren. Eerder zou ik goed gedrag stimuleren in samenwerking met hoerenlopers en met name met het legitieme deel van de branche.

In veel gevallen kun je de oplossing voor een probleem niet uit het probleem zelf afleiden. De oplossing ligt in het veranderen van de situatie waarin het probleem ontstaat. In dit geval ontstaat een probleem door een combinatie van consumentengedrag en criminaliteit. Wil je dat de consumenten zich anders gaat gedragen? Analyseer dan eerst: wat zijn dit voor mensen en hoe kun je hun helpen om hun behoeftes te bevredigen met legitieme middelen. Het helpt dan niet om hoerenlopers die willens en wetens seks bedrijven met slachtoffers van mensenhandel over een kam te scheren met prostituanten die seks willen.

Dit is de eerste aflevering van de rubriek ‘Mensenkenners’ . Daarin analyseren gedragswetenschappers actuele wetsvoorstellen op uitnodiging van dr. Petra Jonkers. Zij is co-auteur van “Met kennis van gedrag beleid maken” (2014), een advies van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Het wetsvoorstel is hier te vinden. De memorie van toelichting hier.

Reageren? Volledige naamsvermelding is verplicht.