Kiezers geven Europese Unie niet mis te verstane signalen

Zeker 100.000 Spanjaarden bevolkten zaterdag de straten van Madrid, opgetrommeld als ze waren door de protestbeweging Podemos, tevens de nieuwe partij die er in de peilingen voor diverse Spaanse verkiezingen het beste voorstaat. Een partij die zich koestert aan de winst bij de Griekse verkiezingen vorige maand van haar linkse geestverwanten van Syriza. Die partij is in Griekenland nu de machtigste.

De overwinning van Syriza en de populariteit van Podemos, partijen die verwant lijken aan de SP in Nederland, zijn niet mis te verstane signalen. Ze geven het sentiment weer dat vooral in zuidelijke landen de wrevel over de politiek die met trefwoorden als ‘bezuinigen’, ‘hervormen’ en ‘staatsschuld’ is te duiden, snel toeneemt.

Maar niet alleen daar. Zie de opkomst of het voortgezette succes van anti-Europapartijen in Frankrijk, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Nederland. Die werd ook zichtbaar bij de uitslag van de Europese verkiezingen, vorig jaar, met overwinningen van het Franse Front National en de Britse Onafhankelijkheidspartij UKIP. Anders dan de Nederlandse PVV, die juist een zetel verloor maar zich nu wel gesteund weet door voor haar gunstige opiniepeilingen.

Bij die verkiezingen behielden de gevestigde partijen weliswaar een flinke meerderheid. Maar toch, al zijn belang en macht van het Europees Parlement de laatste jaren toegenomen, een uitslag als in Griekenland en de opkomst van bepaalde partijen in andere landen zijn van meer betekenis. In ten minste zeven andere lidstaten van de Europese Unie zijn er dit jaar nationale parlementsverkiezingen. In Brussel, daar waar de Europese Raad van regeringsleiders bijeenkomt, zullen de onderhandelingen zwaarder en meer gepolariseerd worden. De politiek-economische tegenstellingen tussen Duitsland en enkele bondgenoten als Nederland enerzijds en, vooral, de zuidelijke lidstaten anderzijds, zullen verharden.

Niet dat de anti-Europa partijen of de partijen die zeer kritisch staan tegenover het Europese hervormings- en bezuinigingsbeleid op één hoop te gooien zijn. Integendeel. Ze variëren van rabiaat anti-Europa (Front National, PVV) tot min of meer genuanceerd anti-Europa (Alternative für Deutschland); van politici die verantwoordelijkheid nemen (premier Tsipras, Syriza) tot critici die langs de kant blijven staan (Beppe Grillo en zijn Italiaanse Vijfsterrenbeweging). En ze variëren van extreem rechts tot uiterst links.

Maar deze ‘revolutionairen’ of ‘ordeverstoorders’, zoals ze zaterdag in deze krant werden genoemd, vormen collectief wel de electorale waarschuwing dat Europa niet vanzelfsprekend op dezelfde weg kan voortgaan. De Europese Unie blijft een voortreffelijk idee, maar staat of valt met de democratische legitimatie ervan.