‘Ik hoorde een knal en wist zeker dat er een vliegtuig was neergestort’

150 bewoners van het Rotterdamse Schiebroek werden gisteren dakloos na een ontploffing. „Mijn huis is open, ik kan het niet verlaten.”

Hulpverleners helpen gewonden ter plekke. Sommige anderen gaan naar het ziekenhuis of krijgen thee in de kerk. Foto Jan de Groen/HH

In een kalme woonwijk, die tegen een luchthaven aanschurkt, denken bewoners die op een zondagmiddag worden opgeschrikt door lawaai niet aan een gasexplosie. „Ik wist zeker dat er een vliegtuig was neergestort", zegt Margarida Oliveira (66). „Net als in de Bijlmer. Het had gekund.” Ze hoorde een knal en zag een lichtflits. Vooral de lichtflits verontrustte haar. Ze heeft epilepsie. Ze liep de trap af naar buiten en nam plaats op de stoep. Daar wachtte ze rustig op wat ging komen.

Ze woont in een straat tegenover de woning waar naar alle waarschijnlijkheid gas ontplofte. De portiekwoning op de derde etage in de Moddermanstraat brandde uit, de woningen erom heen moesten evengoed worden geblust. In deze en omliggende straten vlogen ramen van tientallen woningen uit de sponningen. Gevels zijn ontzet. De politie zet de buurt af met rood en wit lint.

In de voortuin van woning nummer 122 veegt een oudere man zijn voortuin. Hij draagt oordoppen. Het geluid deed hem opspringen, een flits zag hij niet. Twee knallen waren het. Hij heeft al last van oorsuizen. „Ik neem geen enkel risico”, zegt hij. Zondagmiddag, de kinderen waren op bezoek. „Die luchtdruk! Het was alsof het hele blok werd opgetild”, zegt zijn dochter. De vensterbank ligt op de grond. Ook de buurman heeft last van oorsuizen. Knallen hoorde hij niet, eerder „een dof geluid”. Hij dacht aan een vliegtuig. Tot hij de vlammen zag.

De straat staat vol met brandweerwagens en ambulances. Een traumahelikopter vliegt een paar keer over. Hulp komt soepel op gang. Na ongeveer anderhalf uur is de brand onder controle. Nora Hanselaar komt aanlopen. Ze had een vriendin uit Leiden de Markthal laten zien. Bijna thuis komen mensen met bebloede gezichten haar tegemoet. „Het was surreëel.”

Ambulances nemen de gewonden mee. De vrouw kan haar woning dan al niet meer in. Ze woont net onder het huis waar de explosie zou hebben plaatsgevonden. Haar bovenbuurman is een man alleen, vertelt ze. „Ik heb laatst nog bij hem aangebeld.” Ze had een lekkage van boven. De man heeft psychische problemen, waarvan „iedereen” op de hoogte is. „Een paar weken geleden is hij ontslagen uit een kliniek.” Een buurvrouw knikt instemmend.

Deur aan deur halen hulpverleners bewoners naar buiten. Iedereen moet hier weg. Ook zieke mensen, uit voorzorg. Iemand rook nog ergens gas, weet een ambulancemedewerker.

De dienst in de Goede Herderkerk een paar straten verder is dan net afgelopen. Er worden tafels en stoelen neergezet. Bewoners worden er opgevangen met koffie, thee en cake. Bij de ingang van de kerk werken politiemensen lijsten bij. Namen, adressen. De ongeveer 150 mensen in deze kerk moeten ergens kunnen overnachten.

Margarida Oliveira zit er met haar kleindochter op schoot. Ze belde haar dochter, maar daar overnacht ze niet. Ze wil in de buurt blijven, hoopt nog terug te kunnen. „Mijn huis is open, ik kan het niet verlaten.”

Burgemeester Aboutaleb arriveert. Er blijken dan twaalf of dertien gewonden te zijn, van wie een of twee ernstig.