Hier wil niemand een meisje zijn

Jennifer Clement schreef een betoverend boek over het door drugsgeweld aangevreten Mexicaanse dorp Guerrero. Dit jaar kwam het dorp in het nieuws vanwege ontvoerde en vermoorde studenten. Een vermiste vrouw is er niets meer dan een blaadje dat tijdens een stortbui in de goot wordt afgevoerd.

foto Jorge Dan Lopez / REUTERS

‘Nu gaan we je lelijk maken”, zei mijn moeder. „Misschien moet ik je tanden eruit slaan.” Het zijn twee zinnetjes die na lezing van Gebed voor vermisten door de Mexicaanse schrijfster Jennifer Clement lang blijven hangen. De zinnen worden uitgesproken door de moeder van de jonge Ladydi in een boek dat zowel lyrische vertakkingen als journalistiek-onderzoekende wortels heeft in de bijtende werkelijkheid van Mexico.

Gebed voor de vermisten vertelt het verhaal van het meisje Ladydi en haar moeder Rita. Maar vooral ook van vrouwen, meisjes en een paar mannen die proberen te leven en te overleven in een afgelegen Mexicaans dorp, in het door drugsgeweld aangevreten Guerrero, dat dit najaar wereldwijd in het nieuws kwam wegens de ontvoering en moord op een groep Mexicaanse studenten.

Bij de aanval op die studenten, allen leraren-in-opleiding, kwamen zes mensen om, 43 studenten verdwenen. Een dood op bestelling, naar het zich laat aanzien.

Clement wilde met haar boek schrijven ‘over het land dat in de greep van geweld is. En over de plek van vrouwen en meisjes in dit systeem van rechteloosheid en straffeloosheid’. En dat is gelukt: Ladydi Garcia Martinez leeft in een wereld waarin het gevaarlijk is om een meisje te zijn. Een wereld van vrouwen waar het gemis van niet gewelddadige mannen scherp wordt gevoeld. Ladydi (door haar moeder vernoemd naar prinses Diana of Wales, patroonheilige van de bedrogen vrouwen) accepteert de feiten van haar leven en laat zich nergens sentimenteel uit. We volgen haar van haar dorp tot in een vrouwengevangenis in Mexico-Stad waar ze wordt vastgezet voor een misdrijf dat ze niet heeft begaan. En met haar vooral ook moeder Rita, haar krachtige wijsheden en gevoel voor wraak.

Ze wierpen vrouwen af in de rivier

De vrouwen in deze wereld leven op een mannenrantsoen: ‘Op onze berg waren geen mannen. [...] Onze mannen staken de rivier over naar de Verenigde Staten. Ze wierpen hun vrouw en kinderen af in die rivier en kwamen meteen terecht op het kerkhof Amerika’, schrijft Clement.

Het beeld dat de lezer krijgt is dat van een Guerrero waar meisjes als konijnen wegkruipen in kuilen in de droge aarde zodra ze in de verte de Cadillacs van de drugdealers zien aankomen. Die kapen de meisjes en het gerucht van een mooi snoetje verspreidt zich snel. Zo verdwijnt ook Paula, ‘mooier dan Jennifer Lopez’. Op een dag komt ze terug.

De witte brandplekjes op haar hele lichaam lijken op een sterrenhemel, maar ze zijn het bewijs van de ontvoering. Door zichzelf gebrandmerkt, zegt Paula. ‘Als ze ons vinden, moeten ze kunnen zien dat we gestolen zijn.’

Geen meisje keerde terug

In werkelijkheid kent Clement niet één meisje dat ooit is teruggekeerd en is Paula’s bevrijding een literaire. Op deze plek, waar ‘de hitte, de leguanen, spinnen en schorpioenen heer en meester zijn’ en het leven niets waard is, vinden we helemaal op de bodem deze vrouwen die qua overlevingsdrift en beschermingsinstinct kunnen concurreren met de dodelijk giftige, transparante schorpioenen. Hoewel complete landelijke gebieden no-go areas zijn kent Clement Guerrero goed. Ze deed veel onderzoek, bezocht schuilplaatsen voor vrouwen en gevangenissen waar vrouwen zitten die vaak de schuld van een misdrijf door hun man op zich hebben genomen. Of in een enkel geval wel zelf een misdaad hebben begaan, zoals het personage Luna, dat haar twee dochtertjes doodt: ‘Knip, knap, knip. Kinderhuidjes zijn zo zacht. Dat glijdt als een warm mes door de boter.’ Waarom? ‘Ze hadden altijd honger. Er zijn toch al meisjes genoeg.’

Geen aanklacht tegen mannen

Clement wilde geen pamflet schrijven tegen de misstanden en ook geen aanklacht tegen mannen, maar schrijven over een plek waar het leven waardeloos wordt gemaakt. Waar ‘een vermiste vrouw niet meer is dan een blaadje dat tijdens een stortbui in de goot wordt afgevoerd’. En over het totale gebrek aan bescherming.

Goed, Mexico mag dan een land zijn waar meer aandacht uitgaat naar een gestolen auto dan naar een gestolen vrouw.

Maar het is ook een land waar mensen zonder macht of belangrijke positie toch macht uitoefenen door hun stem te laten horen. En die stemmen zijn formidabel in dit betoverende boek. Even prozaïsch als poëtisch.

Bijtend, vloekend, drinkend, spugend, pratend en uitgesproken gearticuleerd, komen Clements personages tot leven als het mirakel in dit boek over een bitter, wreed en ongenaakbaar Mexico waar het beste symbool of vlag volgens moeder Rita een plastic teenslipper zou zijn en het zuchtend op adem komen voor een geopende koelkast kan aanvoelen als een moment van genade.