De slang bestaat 167 miljoen jaar, in het begin had-ie nog kleine achterpootjes

Er kronkelen al minstens 167 miljoen jaar slangen over de aarde. Dat blijkt uit fossielen van drie uitgestorven slangen die paleontologen presenteerden in Nature Communications. Hiervoor golden wervels van 100 miljoen jaar oud als oudste slangenfossielen. Van de drie slangen zijn vooral kaakjes en wervels bewaard gebleven. Uit de vorm van wervels en bekkens konden de onderzoekers afleiden dat de vroege slangen nog kleine achterpoten hadden. Over de lengte, vorm en aanwezigheid van voorpoten durven de paleontologen niets te zeggen. Daarvoor zijn de fossielen te fragmentarisch. Hun schedels vertonen al wel typische slangenkenmerken, zoals teruggebogen tanden. De paleontologen hopen dat er ooit een fossiel opduikt van een vierpotig dier met de schedel van een slang. De fossielen die ze nu hebben beschreven, waren al in het bezit van musea. Ze werden voor hazelwormen aangezien (ook vaak pootloze reptielen), en eentje zelfs voor een gekko.