Euh, hoe zei Mao het ook al weer?

In China is een ideologische schoonmaak begonnen. Docenten en studenten moeten hun kennis van het maoïsme opvijzelen. Het roept herinneringen op aan de Culturele Revolutie van Mao. Wat wil de huidige leider Xi?

Docenten, journalisten en filmers in China kunnen de jongeren „indoctrineren met westerse waarden”. En dat is absoluut niet de bedoeling, vindt de Chinese president. Daarom heeft hij alle universiteiten, hogescholen, denktanks en mediabedrijven opgeroepen de „ideologische controle” te versterken.

Hoe? Door academici en docenten die jonger zijn dan 45 jaar weer de klas in te sturen, zodat hun kennis van het marxisme en het maoïsme opgevijzeld kan worden. Vervolgens kunnen zij hun studenten en leerlingen „een correct begrip van de betekenis van socialistische waarden en marxistische filosofie” bijbrengen.

In november vertelde president Xi Jinping in een speech hoe universiteiten „onder nieuwe historische omstandigheden hun ideologische werk” moeten doen. Nu is die aankondiging omgezet in een officiële order aan alle instellingen in het Chinese hoger onderwijs.

Behalve een uitvoerig betoog over de betekenis van het „historisch materialisme” (alle veranderingen in de wereld vloeien voort uit belangenconflicten en klassentegenstellingen) zijn vooral de „zeven onnoembaren” interessant. Dat is de lijst van zeven thema’s die in de collegezalen en schoolklassen vermeden dienen te worden: (1) universele waarden, (2) persvrijheid, (3) burgerrechten, (4) onafhankelijke rechtspraak, (5) oligarchisch kapitalisme, (6) civiele maatschappij en (7) de historische fouten van de Communistische Partij van China.

De vrijdenkende professor die zijn positie toch meent te moeten „misbruiken” om studenten „te vergiftigen met westerse denkbeelden” wacht vrijwel zeker ontslag, verlies van pensioenrechten en huisvesting. Voor alle zekerheid zijn in de meeste universiteiten, hogescholen en scholengemeenschappen videocamera’s in de collegezalen en klassen geplaatst. Alsof de professoren en leraren al niet beducht waren voor klikkende toehoorders die hen in moeilijkheden kunnen brengen.

De Chinese grondwet is op onderdelen eigenlijk heel liberaal

Al sinds de grote demonstraties in 1989 op het Beijingse Tiananmenplein staan alle takken van het hoger onderwijs onder verscherpt ideologisch toezicht. Toch wordt het bevel van partijleider Xi om de ideologische indoctrinatie uit te breiden, ervaren als een koersverlegging naar links. Het roept associaties op met de Culturele Revolutie in 1966.

Professor Zhang Xuezhong werd als één van de eerste academici gezuiverd in Xi’s ideologiecampagne. Hij zegt: „Er was de laatste tien jaar op universiteiten en hogescholen en eigenlijk in alle sectoren van de maatschappij meer ruimte ontstaan voor vrijere discussies. De opkomst van nieuwe communicatietechnologie en de sociale media spelen daarin een grote rol.”

De jurist verloor begin vorig jaar zijn hoogleraarschap aan de Oost-China Universiteit voor Rechten en Politieke Wetenschappen in Shanghai omdat hij in een boek had gepleit voor daadwerkelijke naleving van de op onderdelen liberale Chinese grondwet – het fundament onder de Chinese eenpartijstaat. „Vrije meningsuiting, vrije pers, democratie; het staat allemaal in Artikel 35 van de Constitutie. Maar dat mag niet meer gezegd of geschreven worden”, legt ‘constitutionalist’ Zhang uit.

Hij weet van acht andere collega’s, onder wie twee economen en een hoogleraar journalistiek, die in de afgelopen maanden en weken hun baan hebben verloren omdat zij zich prijzend hadden uitgelaten over „westerse waarden”. Daarnaast zijn ook bloggers, schrijvers, journalisten en filmers aangepakt. Onder hen de cineast Shen Yongping die een documentaire had gemaakt over de geschiedenis van de grondwet van de Volksrepubliek waarin tal van teleurgestelde communisten aan het woord kwamen.

„Er is inderdaad een grote ideologische schoonmaak aan de gang, ook in de media. Noem het maar een kruistocht of een heksenjacht omdat de beschuldigingen in sommige gevallen pure verzinsels zijn”, vervolgt professor Zhang. Het waren genuanceerde artikelen in de staatsmedia over de relatie tussen vrije meningsuiting en innovatie die hem in moeilijkheden hebben gebracht. Als hij een dissident was geweest van het type Liu Xiaobo (Nobelprijswinnaar voor de Vrede) was het niet bij ontslag gebleven, weet hij: „Ik ben helemaal geen dissident, ik ben een hele bedaagde grondwetexpert.”

Studentendemonstraties hebben de Chinese leiders nerveus gemaakt

Over de beweegredenen van de machtige Xi Jinping, zoon van een revolutionair en zelf een geschoolde marxistische theoreticus, wordt druk gespeculeerd. De timing van de ideologische schoonmaak, die ook aan de gang is in de media en de kunstensector, valt niet toevallig samen met de aanhoudende, spectaculaire groei van internet (er zijn inmiddels 650 miljoen internetters). En met de sterke afzwakking van de economische groei van gemiddeld tien procent gedurende vele jaren naar 6 tot 7 procent in 2015.

„De leiders in Beijing waren al nerveus over de grote studentendemonstraties in Taiwan en Hongkong in de zomer van 2014”, denkt China-deskundige Willy Lam van de Chinese Universiteit in Hongkong. „En daar komt nu de economische neergang bij. De vrees voor sociale onrust en op termijn voor machtsverlies is reëel, want de tegenstellingen en problemen in China worden steeds groter en steeds moeilijker oplosbaar.”

En, zegt hij: „Xi legt daarom zwaar de nadruk op het versterken van de eenheid van de partij en van de greep van de partij op de maatschappij, de universiteiten in het bijzonder. De eenheid van de partij staat onder grote druk door een anti-corruptiecampagne en er heerst verdeeldheid over de economisch koers. Het verrast mij in het geheel niet dat hij, meer dan zijn recente voorgangers, focust op ideologie als bindmiddel. Hij vindt dat belangrijker dan de economische hervormingen. Ik denk dat Xi in de kern een overtuigd marxist is.”

Dat zou moeten blijken uit de talrijke bijeenkomsten die „Grote Pappa Xi”, zoals hij sinds kort in de partijpers en een reeks hagiografische boeken wordt genoemd, houdt met partijkaders van alle rangen en uit alle regio’s. Dat zijn sessies met Xi in het stralend middelpunt waarin hij steeds opnieuw hamert op de rol van marxistische theorieën (zoals het dialectisch materialisme) bij het oplossen van problemen. Deze „vaderlijke” lessen worden zelden heel concreet. Maar ze eindigen steevast met waarschuwingen dat „nooit getolereerd zal worden dat degenen die het voedsel van de Communistische Partij van China eten, daarna de kookpotten kapot slaan”.

Maar China is toch al lang geen communistisch land meer

Voor tegenspraak en vrijdenkerij zal er in de komende jaren dus weinig tot geen ruimte zijn, voorzover die er al was. De vraag is of er in China met deze marxistische renaissance een nieuwe Culturele Revolutie in de maak is. Behalve extreemlinkse idealisten, die marginale websites als Utopia vullen met hoopvolle beschouwingen over de terugkeer van Mao’s tijden, zijn er maar weinig analisten te vinden die een moderne herhaling van dat verwoestende politieke experiment verwachten. Er marcheren vooralsnog geen rode wachters door Shanghai of op het Plein van de Hemelse Vrede in Beijing om professoren en revisionisten letterlijk aan de schandpaal te nagelen.

Voormalig hoogleraar Zhang, die erg zorgvuldig formuleert: „In economisch opzicht is China met zijn groeiende particuliere sector en de aandelenbeurzen allang geen communistisch land meer. Wij zijn in ideologisch opzicht een zeer hybride land geworden, een soort partij-staatskapitalistisch land. Dat is niet meer terug te draaien en dat wil voorzitter Xi ook helemaal niet. Hij zou daar ook niet de steun voor krijgen van de vleugels in de partij die grote economische belangen hebben. Hij gebruikt volgens mij ideologie alleen maar om de macht van de partij te versterken én om in en buiten de partij tegenstanders uit te schakelen. Ik denk niet dat het veel dieper gaat.”