De president in een grijze Panda is een Italiaan zonder smetten

Sergio Mattarella verkiest consensus boven polarisatie. Maar als het om de rechtsstaat gaat, is hij compromisloos.

Na zijn verkiezing reed Mattarella naar de Fosse Ardeatine in Rome. In 1944 werden daar 335 mensen geëxecuteerd door de nazi’s. Hij wil samenwerking „tegen degenen die ons willen meeslepen in een nieuw seizoen van terreur”. Foto Tiziana Fabi/AFP

Een grijze Fiat Panda. Zijn auto staat symbool voor het karakter van de nieuwe president van Italië, Sergio Mattarella. Een sobere, weinig spraakzame zeventiger, afkerig van „geschreeuwde politiek”. Als rechter van het Hooggerechtshof een pietje precies. Een voormalig christen-democraat die consensus prefereert boven polarisatie, maar compromisloos is als het gaat om de rechtsstaat.

Onder politieke regie van premier Renzi is Mattarella zaterdag door het Italiaanse parlement tot president gekozen. Dat was een politiek huzarenstukje. In het verleden zijn de geheime stemmingen in de presidentsverkiezingen vaak gebruikt om politieke hinderlagen te leggen en oude rekeningen te vereffenen. Maar Renzi wist zijn verdeelde partij achter Mattarella te krijgen. En passant zette hij oppositieleider Silvio Berlusconi op zijn plaats: een bondgenoot bij een aantal structurele hervormingen, maar niet sterk genoeg om zijn veto uit te spreken over een kandidaat-president.

Mattarella is „een man zonder smetten”, schreef het persbureau Ansa. In de portretten komt ook veel de vergelijking met een notaris terug. Maar al is de nu 73-jarige Mattarella geen man voor spektakelpolitiek, uit zijn politieke en persoonlijke geschiedenis blijkt dat hij verre van kleurloos is.

Hij komt uit een toonaangevende politieke familie uit Sicilië. Zijn vader Bernardo vervulde in de jaren vijftig verschillende ministersposten. Daarbij is hij een aantal malen beschuldigd van duistere akkoordjes met de maffia. Hoewel dat in processen nooit is bewezen, is er steeds een verdachte geur rond deze Siciliaanse christen-democraat hangen. Maar zijn zoons hebben een radicaal andere koers ingeslagen.

De oudste zoon, Piersilvio, probeerde als gouverneur van Sicilië op te treden tegen de banden tussen maffia en politiek. Het kostte hem zijn leven. Gisteren stond in een aantal kranten weer de foto van 6 januari 1980, toen Sergio Mattarella zijn broer uit diens auto trok toen hij was neergeschoten. Piersilvio stierf in de armen van zijn broer, tijdens een vergeefse race naar een ziekenhuis.

Sergio Mattarella was daarna een van de architecten van wat wel de Palermitaanse Lente is genoemd, een steeds openlijker verzet tegen de maffia, dat uiteindelijk leidde tot de verkiezing van antimaffiapoliticus Leoluca Orlando tot burgemeester van Palermo.

Een ander wapenfeit stamt uit 1990. Sergio Mattarella was toen minister van Onderwijs, maar hij trad met vier andere ministers af uit protest tegen een nieuwe mediawet die het feitelijke monopolie van mediamagnaat Berlusconi, toen nog niet politiek actief, in de commerciële tv bestendigde.

Al is het presidentschap voornamelijk ceremonieel, Berlusconi had liever iemand anders als president gehad. Toch kan hij Mattarella, die morgen wordt beëdigd, niet als een politieke vijand beschouwen. Mattarella heeft nooit blijk gegeven van persoonlijke antipathie tegen de leider van rechts, anders dan dat hij vindt dat mensen zich aan de wet moeten houden.

Door de manier waarop hij deze presidentsverkiezingen naar zijn hand heeft weten te zetten, heeft premier Renzi zijn positie versterkt. Net zo stellig als hij vorig jaar Federica Mogherini in Brussel voordroeg als Hoge Buitenlandse Vertegenwoordiger, noemde hij donderdag Mattarella de enige presidentskandidaat namens zijn Democratische Partij. Het bleek een gouden greep. Een enkeling probeerde nog te stoken, maar Renzi wist de partij uiteindelijk in haar geheel achter zijn koers te krijgen.

Berlusconi had gehoopt dat zijn pact met Renzi over structurele hervormingen hem meer invloed zou geven op de benoeming van een president. Daarom was hij zaterdag ‘boos en teleurgesteld’. Berlusconi trekt wel weer bij, voorspelde Renzi. En vanmorgen leek Renzi ook dat goed ingeschat te hebben.