De jeugd van tegenwoordig

ILLUSTRATIE OLIVIA ETTEMA

Onlangs gaf de Utrechtse hoogleraar Els Stronks een interessante lezing over hoe we oude gedigitaliseerde teksten kunnen gebruiken om denkbeelden over jongeren te onderzoeken. Stronks is hoogleraar vroegmoderne Nederlandse letterkunde; zij gaf deze lezing ter afsluiting van haar zogenoemde fellowship bij de Koninklijke Bibliotheek (KB) en het Netherlands Institute for Advanced Study.

Al voordat er in de 18de eeuw literatuur voor kinderen opkwam, beschikte de Nederlandse samenleving over een enorme hoeveelheid speciaal voor en door jongeren geschreven teksten. Het ging vooral om liedboeken, en de meeste liederen gingen over de liefde. Het was een zeer populair genre: volgens Stronks werden er tussen 1590 en 1800 ruim 44.000 liedteksten voor jongeren gepubliceerd.

Tijdens de lezing werd een zogenoemde nGram-viewer gepresenteerd, een tool (zoals dat tegenwoordig heet) die de frequentie van een bepaald woord of een bepaalde uitdrukking toont in een grafiek. Die nGram-viewer is gebaseerd op zo’n 11.500 teksten van de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL).

Vroeger was het gewoon om over razende jongeren te spreken (wij zeggen nu: jongeren die helemaal uit hun dak of plaat gaan), en Stronks liet zien wat het oplevert als je in die nGram-viewer zoekt op woorden als razen en geraas.

Zelf zocht ik er op de uitdrukking jeugd van tegenwoordig. Volgens de nGram-viewer ontstaat die uitdrukking aan het eind van de 19de eeuw en zijn er in de 20ste eeuw frequentiepieken in de jaren twintig, dertig en zeventig.

Vanzelfsprekend wordt de waarde van zo’n grafiek sterk bepaald door de onderliggende data. Een corpus van 11.500 gedigitaliseerde teksten lijkt wellicht veel, maar ze beslaan de jaren 1500 tot 2000, en in die periode zijn er in Nederland miljoenen boeken en tijdschriften gepubliceerd. Bovendien bevat de DBNL, kwalitatief verreweg de beste digitale collectie die we tot onze beschikking hebben, vanwege auteursrechtelijke problemen maar heel weinig materiaal van na 1950, toen de jeugd harder ging razen dan ooit tevoren.

Er zitten meer haken en ogen aan de nGram-viewer, bijvoorbeeld omdat hedendaagse voetnoten bij oude teksten niet van de hoofdtekst zijn gescheiden, maar het is zeker een leuk instrument om een keer te gebruiken (zie dbnl.org/zoek/ngram.php). In een video (bit.ly/dbnl-ngram) legt Stronks uit hoe deze tool werkt.

Wat betreft de jeugd van tegenwoordig lijkt de nGram-viewer overigens een betrouwbare gids: ook in andere historische tekstcollecties zien we dat men zich vanaf het eind van de 19de eeuw druk begint te maken over de „jongens van tegenwoordig” (1885), de „jeugd van tegenwoordig” (1891), de „jongeren van tegenwoordig” (1895), de „vrouwen van tegenwoordig” (1899) en de „meiden van tegenwoordig” (1905).

Stronks vroeg zich onder meer af of de grote hoeveelheid liederen voor en door jongeren invloed heeft gehad op de mondigheid van de Nederlandse jeugd, waarover buitenlanders zich al in de 17de en 18de eeuw verbaasden. Haar conclusie: het wachten is op nog grotere tekstcorpora en verbeterde onderzoeksinstrumenten. Niet alleen om antwoord op dit soort vragen te geven, maar ook om te onderzoeken of die verbazing niet op beeldvorming in wetenschappelijke studies berust.