De illusionist laat voor één keer zijn geheimen zien

Elk jaar op precies 1 september begint schrijver Lee Child, pseudoniem voor Jim Grant, te werken aan een nieuwe aflevering van zijn immens populaire Jack Reacher-thrillers. We kijken even over zijn schouder mee.

‘Dit is niet de eerste kladversie, weet je.” Hij had twee woorden getypt: ‘Hoofdstuk Eén.’

Wat is het dan wel?

„Het is de enige kladversie!”

Zoals hij dat zei, klonk hij meer als Jack Reacher – zijn stoïcijns, militair personage – dan als Lee Child. „Als ik iets heb geschreven, dan moet het zo blijven. Het is net zoiets als met een oude foto die ineens opduikt. Daar sta je dan met zo’n afgrijselijk jaren-zeventig-kapsel en een jasje met enorme revers. Het ziet er niet uit – maar zo was het. En dat moet je met rust laten.”

We zitten in de schrijfkamer van zijn appartement aan Central Park in New York, een paar straten noordelijk van waar John Lennon woonde. Child zit aan zijn enorme, metalen bureau, de lange vingers in de aanslag boven het toetsenbord, en staart naar het 27-inch scherm. Het is 1 september 2014, vier voor half drie ’s middags.

Child moest op 1 september beginnen, omdat het op 1 september op de kop af twintig jaar geleden was dat hij, nadat hij zijn baan bij de televisie was kwijtgeraakt en papier en potlood kocht om Killing Floor te schrijven. Sindsdien is hij ieder jaar op diezelfde dag begonnen aan een nieuwe thriller. Het is een ritueel geworden. De teller staat nu dus op Reacher nummer 20.

Er is nog geen titel en geen plot

„De eerste dag is altijd de beste dag”, zegt Child, inmiddels zestig jaar oud. „Omdat je nog niets in het honderd hebt laten lopen. Een fantastisch gevoel.” Hij laat de geboorte van een nieuw werk zien. Het moment van de Big Bang. Hij heeft nog niets gepland. „Ik heb geen titel en geen plot”, zegt hij. Hij vertrouwt erop dat zijn inspiratie hem de weg zal wijzen. Als een muze. Iets heel elementairs en mythisch, zonder al te veel berekening. Hij heeft wel een vaag voorgevoel van wat er zal komen. „Ik kan het voelen. Het ritme. Het moet hortend worden. Een gesprek tussen jongens van de gestampte pot. Ik moet op zoek naar hun taalgebruik. Tegelijkertijd moet het wel voort hobbelen. Een voorthobbelend ritme. Een voortgaand momentum.”

De titel van zijn nieuwe Jack Reacher is de avond daarvoor bij hem opgekomen. „Je moet niet vergeten dat ik zo’n titel niet verzin. Reacher is echt. Hij bestaat. Dit is wat hij uitspookt, op dit moment. Daarom kan ik er ook niets aan veranderen – het is zoals het is.”

Geen spellingscontrole

Child steekt een nieuwe sigaret op, neemt een diepe teug, blaast een grote wolk rook uit en legt de sigaret op de asbak. Die rook het hoort erbij. Als bij de show van een illusionist. Lee Child is een illusionist die voor één keer het gordijn opzij schuift en zegt: ‘Oké, kom maar, dan zal ik je precies laten zien hoe we het doen.’ Zijn geheimen open en bloot op tafel.

Hij tikt op een paar toetsen. „Geen spellingscontrole. En geen grammatica. Moet ik me door Microsoft laten vertellen wat grammaticaal is?!”

Wie niet wil weten hoe de volgende thriller met Jack Reacher in het Engels begint, moet het volgende stuk even overslaan. De eerste zin luidt: ‘Moving a guy as big as Keever wasn’t easy.’

Het zat hem in ‘Moving’. Onvoltooid deelwoord, werkwoord van handeling. De roman is nog niet eens begonnen en er is al iemand dood.

Volgens Forbes is het ‘merk Lee Child’ het sterkste merk in de wereld van de fictie. Toen Persoonlijk in september uitkwam, was het niet alleen nummer 1 op de Engelstalige bestsellerlijsten, de roman verkocht ook beter dan de eerstvolgende tien boeken op de lijsten samen.

Er zijn meer lezers die hem willen leren kennen, liever dan welke andere auteur dan ook. En ze smachten naar meer Reachers. Het kost Lee Child het grootste deel van het jaar om er een te schrijven. Voor een deel omdat hij veel tijd kwijt is met „uitstapjes”. Promotiecampagnes voor het boek. In oktober naar Madrid om een literaire prijs op te halen. In november naar de Bouchercon, de jaarlijkse reünie van schrijvers van thrillers en misdaadverhalen van over de hele wereld in Long Beach in Californië. In december een receptie bij de Verenigde Naties.

Child neemt zijn schrijverschap uiterst serieus. Hij is een poëet, in de oude Griekse betekenis van het woord poiesis, een maker, een ambachtsman, toegewijd aan zijn kunst. Op 1 september legt hij ’s avonds uit waarom hij een komma gebruikte. Hij voelde de behoefte een komma te zetten in een zin waarin een paar schurken die arme Keever aan het begraven waren. Dat moest de zin een „treuriger, bedachtzamer karakter” geven, zei hij. Nog weer later bekommerde hij zich geruime tijd om het woord ‘onto’ (hij vond het een lelijk woord).

Als de papegaai van de piraat

Child heeft een fortuin verdiend met zijn vorm van mythisch realisme. Net zo goed als Reacher half Rimbaud, half Rambo is, zo is Child tegelijkertijd poëet en meedogenloos zakenman. Hij acht dat niet tegenstrijdig. Toen hij een jaar of acht was leidde de introductie van de Cortina door Ford tot een inzicht dat hem heeft gevormd tot wat hij is. „Dat moest de eerst ‘moderne auto’ worden. Er werd beweerd dat ze het stuurwiel keer op keer opnieuw hadden ontworpen, alleen om op de kosten te bezuinigen. De meningen waren bij ons verdeeld. In in Birmingham (waar hij opgroeide) verdeeld. Het was sommige mensen een doorn in het oog dat de commercie het won van het design. De kunstzinnigen moesten niets hebben van commercie. De techneuten moesten niets hebben van kunstzinnige mensen. Maar toen al realiseerde ik me dat kunst commercie is. Ze zijn één en hetzelfde. Het is niet het één of het ander.”

Meekijkend over zijn schouder, als de papegaai van een piraat, terwijl hij zijn roman schrijft, is een leerzaam voorrecht. „Ik schrijf op de rand van een beroerte”, zegt hij. Maar het lijkt er ook op dat hij iemand om zich heen wil die het opvalt dat hij bij tijd en wijle een briljante zin van vier woorden produceert.

Hij heeft eens een korte lofzang op de democratie geschreven, een acrostichon: de vijf versregels begonnen met de letters O-B-A-M-A. „Het viel niemand op!”