Zandkasteel wijst krab de weg

Illustratie Irene Goede

Bah, wat is het buiten koud en nat. Was het maar weer zomer! Lekker naar het strand, pootjebaden en zandkastelen bouwen. Misschien mag je wel een ijsje halen. Met een euro naar de ijscokar en dan weer terug.

Maar.. waar lagen papa en mama ook alweer te bakken? Vlak bij die oranje parasol? Naast die pier? Of toch een eindje verderop?

Al dat strand lijkt ook op elkaar: zand, zee, zand, zee, zand. Zelfs dieren kunnen er verdwalen. Neem de wenkkrab. Dat is een kleine krab uit Zuid-Amerika. Wat vooral aan deze krabben opvalt, is dat mannetjes altijd één schaar dragen die veel groter is dan de andere.

Onhandig misschien, maar vrouwtjes vinden zo’n enorme schaar wel mooi. De wenkkrab laat zijn schaar dan ook graag zien. Als hij een vrouwtje ziet, begint hij meteen te zwaaien. „Joehoe!”

Wenkkrabben leven in een zelfgegraven holletje op het strand. Als het vloed is, blijven de krabben binnen. En als het eb wordt, komen alle krabben weer naar buiten en begint het krabbenleven pas echt.

Lekker een robbertje vechten met de buurman. En even zwaaien naar de buurvrouw natuurlijk!

Soms is een krab zo druk met al dat zwaaien en stoeien, dat hij vergeet waar zijn thuishol is. Voor zo’n kleine krab is een strand ook reusachtig groot. Hij hoeft maar een paar meter van zijn hol te lopen, of hij is al verdwaald. Zo’n verloren krab moet dan weer vechten om een holletje van een andere krab over te nemen. Een heel gedoe.

Slimme wenkkrabben maken daarom een zandkasteeltje bij hun hol voordat ze uit wuiven en knokken gaan. Ze bouwen een kap van zand en modder rond de opening van het hol, die ze van veraf nog kunnen zien. Handig, om de weg terug te vinden! Biologen zagen dat krabben met een zandhoopje naast de deur verder durven te zwerven dan krabben zonder zand.

En wat fijn is: vrouwtjeskrabben vinden zo’n zandkasteeltje mooi. De leukste krabbenjongens, dat zijn de jongens met een grote schaar en een mooie dakkapel op hun hol. Dáár kruipt een krabbenmeisje graag bij naar binnen.

Samen blijven de twee krabben in het holletje, tot het vrouwtje haar eitjes heeft gelegd. Dan is het tijd voor het mannetje om te gaan. Hij graaft een tunnel naar buiten, en laat het vrouwtje achter.

Moet hij toch weer op zoek naar een nieuw holletje.

    • Lucas Brouwers