Wetenschap die niet redt

Een zorg minder. De Ebola-epidemie lijkt nu echt af te remmen. Nu gaan ze daar gewoon weer dood aan alle ziektes waar ze eerder ook dood aan gingen: malaria (600.000 slachtoffers per jaar), aids (1,5 miljoen slachtoffers per jaar, waarvan een kwart aan tuberculose) of simpele huis-, tuin- en keukendiarree (jaarlijks 750.000 slachtoffers onder de vijf jaar).

Het is te cynisch om te klagen dat voor die ziekten geen aandacht is. Er is wel aandacht voor. Alleen staat het niet elke dag op de voorpagina. Neem het Global Fund voor de bestrijding van tuberculose, malaria en hiv/aids. Alleen al aan hiv/aids geeft dat fonds 16 miljard per jaar uit. En dan zijn er nog de initiatieven van de 0,1 procent. Bill Gates belt met Thomas Piketty om uit te leggen waarom hij geen zin heeft om meer vermogensbelasting te betalen. Hij wil namelijk meer dan de helft van zijn geld uitgeven via zijn foundation: dit jaar alleen al 500 miljoen dollar aan de bestrijding van infectieziekten in ontwikkelingslanden. Hij gelooft dat hij zijn geld beter kan uitgeven dan dat de Amerikaanse overheid dat kan.

En de wetenschap draagt uiteraard zijn steentje bij, althans zo lijkt het. Er zijn grote budgetten beschikbaar voor groepen die onderzoek doen naar dit soort ziekmakende beestjes. Tijdens werkbesprekingen en presentaties zie ik telkens weer dezelfde slides met dezelfde statistieken, ietwat obligaat gepresenteerd door een postdoc of promovendus. „U kent deze getallen, maar ik moet ze toch nog even laten zien”.

Het is toegepast onderzoek, dat begrijpt u wel. En op verjaardagen en partijtjes kan je trots beweren dat je aan de wereldproblematiek werkt, dat jouw beestje honderdduizenden doodt en dat jij dat misschien wel gaat voorkomen.

Maar wat volgt na de slides met statistieken is meestal een hyperfundamenteel verhaal. Over welk eiwitje, samen met welk eiwitje een complexje vormt en hoe dat samen met nog een ander eiwitje essentieel is voor de besmetting. Sommige onderzoeksgroepen weten zoveel van een bacterie dat ze er mee kunnen goochelen. Neem bijvoorbeeld de E. coli die urineweginfectie veroorzaakt, een nogal veel voorkomende en gevaarlijke kwaal, waar eigenlijk nog steeds alleen antibiotica voor beschikbaar is. Er zijn groepen die van zo’n bacterie echt elk gen, elk eiwit, elk complexje, elk structuurtje kunnen modificeren, verlengen, verkorten, weghalen, of verduizendvoudigen. Maar urineweginfectie genezen, dat lukt niet.

Maar goed, volgens de heersende opinie hoeft dat ook niet meteen. Als je een beetje gevestigde wetenschapper bent, kun je iedereen wijs maken dat je de infectie eerst moet begrijpen, voordat je hem kan bestrijden. Sterker nog, je kan mensen dertig jaar lang zoet houden met die bewering, ondertussen miljoenen aan onderzoeksgeld aannemen en nog steeds roepen dat er echt meer onderzoek nodig is, meer begrip, meer inzicht, meer gestaar naar die prachtige complexe dans van eiwitjes en genen en structuurtjes voordat je ook maar kunt beginnen met nadenken over een medicijn.

Sterker nog, eigenlijk kan je elk onderzoek naar elk eiwitje in elke bacterie verkopen als ‘het vinden van nieuwe targets voor nieuwe soorten antibiotica’. Ik breek al een jaar lang mijn hoofd over hoe ik in twee of drie slides mijn onderzoek kan koppelen aan aids of kanker of hart- en vaatziekten. Het zou wel heel toevallig zijn als mijn onderzoek daadwerkelijk gaat bijdragen aan het voorkomen of genezen van die infecties. Maar als ik mensen dat kan wijsmaken, kan ik wel ineens veel grotere fondsen aanboren.

Begrijp me niet verkeerd: ik vind het een legitieme wens om meer te willen begrijpen over de samenwerking van eiwitjes. Wetenschappers zijn geen geldwolven, ze worden niet snel miljonair en lijken daar ook niet geïnteresseerd in. En misschien geloven sommigen van hen ook daadwerkelijk dat ze de wereld redden. Maar als ik Bill of Melinda Gates was, dan zou ik toch uitkijken met de wetenschap. Ik vermoed dat een klamboe of een investering in de lokale klamboefabriek of zelfs een algemene poging tot armoedebestrijding, sneller iets gaat opleveren voor malariapatiënten dan het malariaonderzoek in de westerse wereld.

Als ik Bill of Melinda Gates was dan zou ik alleen iets aan wetenschappers geven als er iemand, een farmaceut met een deadline of een arts met een stervende patiënt, heel ongeduldig bij de deur van het lab staat te wachten op een werkend middel. Wetenschappers alleen gaan de wereld niet redden.

    • Rosanne Hertzberger