Waarom private equity zo controversieel is

De een looft het succes, de ander rept van strippen, stropen en slopen.

Het gesloten V&D-filiaal in het Haagse winkelcentrum Leyweg werd eerder deze week leeggehaald. V&D is eigendom van de Amerikaanse investeerder Sun Capital. Foto Martijn Beekman/ANP

Voor of tegen. Vol geestdrift of vol walging.

Over private-equityfinanciers, die bedrijven opzadelen met een overdaad aan schulden en in alles hyperefficiënt willen zijn, is het goed klagen. Voorbeelden te over. Zoals de paniek bij warenhuis V&D, waar het personeel een loonsverlaging van 6 procent moet slikken. Of stikken. Zoals de twee achtervolgende faillissementen van kinderopvangbedrijf Estro. Vakbond AbvaKabo FNV stapt nu in een proefproces naar de rechter om de nadelige gevolgen voor werknemers te compenseren. PvdA-Kamerlid Henk Nijboer pleitte deze week voor extra beperkingen op schuldenlast en dividend na overnames.

Maar over private-equityfinanciers, die in ongewisse bedrijfstakken risico’s aandurven, maar ook veelbelovende ondernemingen sneller laten groeien, is het evengoed juichen. Voorbeelden te over. Zoals de wetenschappelijke uitgever Springer Science+Business Media van ondernemer Derk Haank. Zoals de florerende frisdrankenmaker Refresco. Zoals de snelgroeiende winkelketen Action.

1 De bedrijven

De reacties hebben alles te maken met de categorie bedrijven waar private-equityfinanciers hun geld in investeren. Zij steken kapitaal in sectoren die in een overgangsfase verkeren, zoals detailhandel en media (NRC, Wegener), waar zij bij succes hun risico’s meer dan dubbel en dwars beloond zien met rendementen van 30 procent of meer op jaarbasis. Zij steken kapitaal in expansiebeluste bedrijven, zoals de Hema een paar jaar geleden. Zij steken graag kapitaal in bedrijven met een stabiele inkomstenbron, want zo kan de rente worden betaald en kan de overname met hoge schulden worden gefinancierd. Dat maakt nutsbedrijven (afvalbedrijf Van Gansewinkel) en kinderopvang (Estro) interessant. En zij steken kapitaal in ‘vermoeide’ bedrijven waar nieuwe managers wel muziek in zien. V&D valt in die categorie. Uitgever PCM een jaar of tien geleden. Recenter boekhandel Polare/De Slegte.

2 De rapportage

Als het met hun bedrijven goed gaat, hoor je er weinig meer van. De meeste private-equityfinanciers geven geen financiële informatie aan de buitenwereld, zoals beursgenoteerde ondernemingen. Hun eigen financiers worden uiteraard wel geïnformeerd. De managers van bedrijven waarin private equity investeert, hebben doorgaans bonusregelingen en andere financiële prikkels (aandelenpakketten) die hen ook buitengewoon riant belonen als het goed gaat. Een van de eerste internationale private-equityfinanciers, CVC, adverteerde zijn successen jarenlang met het credo: turning managers into owners. Managers worden eigenaren. Onderliggende boodschap: de opbrengst voor een eigenaar is in essentie ongelimiteerd. De royale beloningen worden meestal vakkundig buiten de openbaarheid gehouden, maar vallen wel op als bedrijven naar de beurs gaan en managers samen tientallen miljoenen waard blijken te zijn, zoals de leiding van kabelbedrijf Ziggo. Soms worden bonussen onthuld, zoals bij twee Estro-bestuurders. Door de curator, dat dan weer wel.

3 De financiering

Als het mis gaat, heeft het bedrijf meestal weinig buffers. Private-equityfinanciers zijn zuinig: zij steken zo min mogelijk kapitaal in een bedrijf. Hoe minder kapitaal, hoe hoger het rendement. Als het misgaat kunnen bedrijven op weinig terugvallen. Het vastgoed is al eerder verkocht, zoals dat gebeurde bij Maxeda (V&D, Bijenkorf, Hema, bouwmarkten), het detailhandelsconcern dat VendexKBB heette toen het in 2004 door private-equityfinanciers van de beurs is gehaald. Achteraf kochten die financiers het voor een habbekrats. Zij wisten niet hoe snel zij de winkelpanden van het concern te gelde moesten maken. V&D heeft er nu last van.

Ander voorbeeld: garnalenpeller Heiploeg, dat door meerdere private-equityfinanciers werd gekocht en doorverkocht en onder zijn schuldenlast én een kartelboete bezweek.

In 2006 kwalificeerde toenmalig voorzitter Henk van der Kolk van FNV Bondgenoten private equity in een interview dan ook zo: er moet paal en perk worden gesteld aan het strippen, stropen en slopen van bedrijven.

4 De politiek

De verdeeldheid over private-equityfinanciers zie je regelmatig terug in het politieke debat. In 2006 stonden de toenmalig minister Joop Wijn (Economische Zaken, CDA) en Gerrit Zalm (Financiën, VVD) lijnrecht tegenover elkaar. Wijn wilde maatregelen tegen de financiële sprinkhanen, Zalm verdedigde ondernemersvrijheid en het vestigingsklimaat. Toch namen opeenvolgende kabinetten wel maatregelen, bijvoorbeeld tegen de manier waarop bedrijven na overnames zoveel schuld met zoveel renteverplichtingen op zich namen dat zij geen belasting meer betaalden.

PvdA-Kamerlid Nijboer wil verder gaan en ook superdividenden, zoals bij NRC Media en trustkantoor Intertrust, in de ban doen. Een van de felste critici van private-equityfinanciers was de PVV. Gloort hier een bondgenootschap?

    • Menno Tamminga