Verplichte anticonceptie is een horrorscenario

Voorstanders van gedwongen anticonceptie denken dat we voor de geboorte kunnen zien waar het mis loopt. Dat is niet het geval. En de stiefvader is dan nog helemaal niet in beeld, aldus Robert Vermeiren en Ariane de Ranitz.

Voorstanders van gedwongen anticonceptie, zoals Martin Sitalsing (NRC, 29 jan.), maken een kapitale denkfout. Zij denken dat we voor de geboorte kunnen zien welke situaties mis zullen lopen. Maar dat kan slechts in een enkel geval. Geven we mensen gedwongen anticonceptie, dan krijgt een aanzienlijk aantal ouders een verbod van de rechter om zwanger te worden. Terwijl zij wel in staat zijn om hun kind goed op te voeden.

Zulke overheidscontrole is niet de oplossing – integendeel zelfs. Zo’n ‘oplossing’ voedt enkel wantrouwen, en dat wantrouwen zal bewezen, effectieve hulp schaden. Gedwongen anticonceptie heeft pas zin als we op voorhand correct kunnen inschatten dat zich behalve een onwenselijke, ook een aantoonbaar schadelijke opvoedingssituatie zal voordoen. Die inschatting moet vooraf plaatsvinden, dus voor het kind is verwekt.

Een aantal zeer ernstige gebeurtenissen heeft de discussie over gedwongen anticonceptie doen oplaaien. Een recent voorbeeld is de 20-jarige gehandicapte Daniëlle, doodgeslagen door haar stiefvader. Haar moeder is zwakbegaafd, haar stiefvader zat eerder vast wegens verkrachting. Maar in de zaak-Daniëlle, en in andere situaties, werd het oordeel achteraf geveld. Dan is het makkelijk terugredeneren.

Zou ons oordeel voor de geboorte van het kind even stellig zijn geweest? Dat valt te betwijfelen. En is bekend hoeveel van deze kinderen, wanneer ze zelf worden geraadpleegd, er liever helemaal niet zouden zijn geweest?

We kunnen helaas niet met grote zekerheid voorspellen wat de uitkomst voor een kind zal zijn – daarvoor ontbreken unieke risicofactoren. Bij een groot aantal gezinnen spelen dezelfde risico’s, maar zij blijken hun kinderen uiteindelijk wel ‘goed’ groot te brengen. Gaan we over op gedwongen anticonceptie, dan lopen we de kans hen ten onrechte als ‘te riskant’ aan te merken - in het vak ook wel ‘vals positieve voorspelling’ genoemd. Naarmate ernstige gezinsdrama’s zeldzamer zijn, is de kans op een foute vals positieve voorspelling groter. Kinderen wordt zo het leven onthouden, zonder gegronde reden.

En hoe zou die gedwongen anticonceptie eruit moeten zien? Geadviseerd door een ‘hulpverlener’ zou een rechter moeten beslissen of een vrouw moeder mag worden. Daar er geen criteria voor goed moederschap zijn, liggen willekeur en rechtsongelijkheid op de loer. De hulpverlener kan hoogstens een relatief risico schetsen, omgeven door een grote mate van onzekerheid. En de rechter zal voor een moeilijke keuze worden gesteld. Wij voorspellen dan ook een harde juridische strijd, waarin de advocaat van de betrokken vrouw een belangrijke rol zal spelen.

Niet enkel vrouwen met een kind worden op de korrel genomen. Eerder is voorgesteld om vrouwen die middelen misbruiken, een psychiatrische stoornis hebben of zwakbegaafd zijn, te verbieden zich voort te planten. Dit is een flinke groep, ruim 10 procent van alle Nederlandse vrouwen. Een groot aantal jongeren in de jeugdzorg en de jeugd GGZ zou zo haar moederschap moeten bevechten. Dat is een onmogelijke opdracht en een horrorscenario voor de rechterlijke macht.

En wat doen we met de vaders? Hun rol kan niet worden ontkend. Doorgaans waren de ouderschapskwaliteiten van beide ouders van bedenkelijk allooi. Ook zijn het vaak nieuwe partners, stiefvaders, die de ernstigste schade aanrichten. De rol van deze nieuwe partner is evenmin prenataal te voorspellen – de man is dan nog niet eens in beeld. Hoe gaat de rechter met deze onzekere factor om?

Sommigen geloven in een maatschappij van controle en dwang. Een overheid die er vanuit haar autoriteit voor kan zorgen dat er enkel ‘goede gezinnen’ zullen zijn. Van ‘hulpverleners’ wordt verwacht dat zij dit doel ondersteunen – en dat wil men maar al te graag wettelijk vastleggen. Maar zo verwordt de hulpverlener tot verlengde arm van de rechter. En denken ouders wel twee keer na voor ze hulp zoeken.

Ouders verdienen primair vertrouwen. Er is immers geen ouder (op een absurde uitzondering na) die niet het beste wil voor zijn kind. Zelfs ouders die hun kind mishandelen, zien dat ze het verknallen. Ze kiezen er niet voor, maar komen in de knel: met zichzelf, hun kinderen of hun omgeving. Doorgaans is het mishandelen het resultaat van jarenlange ellende.

De toekomst van hun kinderen verbeteren we door gepaste hulp te bieden. Dan moet de focus liggen op gezinnen waar het risico verhoogd is. We kennen die gezinnen en de interventies die hun effect hebben bewezen. Daar zijn gezinnen én kinderen bij geholpen. Als het dan alsnog fout gaat, zijn er al voldoende juridische mogelijkheden om een kind te beschermen.

Onze maatschappij heeft absoluut geen behoefte aan een rechter die op basis van discutabele criteria de schijnoplossing van de perfecte maatschappij voorspiegelt. Met anticonceptie sluiten we onze ogen voor de echte problemen en de echte oplossingen. De chemie moet niet komen van een pilletje, maar van de betrokkenheid van ouders, hun omgeving en de maatschappij.

    • Robert Vermeiren
    • Ariane de Ranitz